 Sunday, November 09, 2008
RollenRein van der Mast
Met de opkomst van 'mass customization' komen enkele interessante vraagstukken op ons af. Want als de producent rechtstreeks gaat communiceren met de consument, welke rol resteert dan voor de tussengelegen lagen: de groothandel en de detailhandel? En als de consument een inbreng heeft in het ontwerp, maakt hem dat dan tot mede-eigenaar, ook al is zijn bijdrage tamelijk gering? Nieuwe businessmodellen zijn denkbaar, waarbij de producent en de consument een heel andere relatie met elkaar aangaan. Toepassingen van 'rapid manufacturing' in combinatie met maatwerk voor de massa bestaan al, het zijn er echter weinig. De bekendste voorbeelden: laboratoriumcentrifuges van het Duitse Hettich, hoortoestellen van Siemens Hearing en Phonak, en ‘afdrukken’ van alter ego’s in SecondLive.
Een belangrijk kenmerk van rapid manufacturing is het ontbreken van productgebonden gereedschappen. Een matrijs is productgebonden, omdat een holte, meestal in metaal, de vorm voorschrijft van het product die het voortbrengt. Dit soort gereedschappen zetten producenten aan tot het vervaardigen van enorme aantallen, identieke exemplaren. Productgebonden gereedschappen zijn immers doorgaans kostbaar, veel kostbaarder dan één exemplaar van het product. Waar blijft de inlvoed van de consument? Of de consument die zich heeft gegeropeerd, de comunities?
Sunday, November 09, 2008 11:06:59 PM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Tuesday, October 14, 2008
KansenBertus Zuijdgeest
Na een sluimerend gerommel van
onheil van ver weg over de vijver, is het onweer nu over Noordwest-Europa
losgebarsten. Een déjà vu van een dikke 20 jaar geleden is niet te
onderdrukken. Maar dit gaat verder. De wereldwijde nationalisatie van banken is
ongekend en het dreigend faillissement van IJsland doet ook al geen vreugde
opkomen. Een duur geintje al met al. Alleen degene die nu aan een
hypotheekvernieuwing op een goeddeels afbetaald huis toe is, vindt het allemaal
best. De rente daalt en de koersen van obligaties schieten omhoog. De gouden
regel op de beurs is sociaal gedrag. Je moet lief zijn voor de mensen en
verkopen als iedereen de aandelen graag wil hebben en de vraag de koersen in de
hoogte doet snellen. Je moet medelijdend zijn en de aandelen kopen als iedereen
er vanaf wil en de koersen dus laag zijn. Maar wat is laag? En wat is hoog?
Omdat we dat nooit zullen weten, blijven deze beurscrashes voor de gemiddelde
medemens een kostbaar geintje. Gaan we daar in het werkelijke leven wat van merken?
Het is interessant om vast te stellen dat terwijl de hele (financiële) wereld
de afgelopen decennia keihard geworden is, de emotie de beurzen beheerst. Dan
wordt wel eens van paniekverkopen van particulieren gesproken, maar die nemen
slechts een minderheid van de transacties voor hun rekening. Dus de ‘keiharde’
handelaren zijn helemaal niet zo geslepen als ze wel zouden willen.
Gaan wij in onze wereld er nog wat
van merken? Het antwoord is helaas ja. Maar er zijn ook positieve kanten aan de
ontwikkelingen. De vraag op in de arbeidsmarkt wordt steeds minder door
wisselingen in vast personeel opgevangen. Buffers van 20 procent inhuurkrachten
zijn geen uitzondering. Die zullen in magere tijden het eerst afvloeien. Risico
van het vak. Helaas. En dat is terug te zien in de koersen van
uitzendorganisaties. Die gaan versterkt met hausses en baisses omhoog en naar
beneden. Het zal duidelijk zijn dat de hausse van voor de zomer is omgeslagen
in een baisse. Dat is nog niet te merken in de bedrijven, maar dat komt
vanzelf. En dat biedt kansen. Een terugkeer naar gedempte normaliteit heeft het
voordeel dat weer wat tijd beschikbaar komt voor de ontwikkeling van het
personeel. En er kan eens gekeken worden naar de manier waarop wordt gewerkt.
Wat meer structuur, een beetje meer beheer, wat meer afstemming her en der. Het
zijn de kleine dingen die het doen.
Als ze
maar met visie gebeuren, dan kan er alleen maar goeds van komen. Zet de
verschillende disciplines als verkoop, engineering, inkoop en logistiek eens
bij elkaar. Probeer die cultuurverschillen in een gezellige survivaltocht eens
uit de wereld te helpen. Denk eens na over targets en beloningen en bewandel
eens andere paden dan omzet of de bezettinggraad. Het is allemaal niet zo
moeilijk, maar het vraagt wel inlevingsvermogen. En wie zou dat als regisseur
en boven de partijen staand het best kunnen doen? Juist, de hoogste baas. Maar
waar kan die het best mee overweg? Juist, de verkoper. En wie veroorzaakt de
meeste schade als het gaat om het rendement van een opdracht? Juist, de
verkoper. Er is eigenlijk een buitenstaander nodig die alle nukken van alle
disciplines kent om uit dit wespennest te geraken. En daarvoor ligt nu hopelijk
wat tijd in het verschiet. Want overmatige drukte en branden blussen in drukke
tijden, betekent gewoon dat de zaak in de rustige tijden niet op orde is
gebracht. En dat is vaak wel nodig. Want wat hoog is, komt een keer omlaag en
wat laag is, gaat vanzelf weer een keer omhoog. Tenminste, dat hoop ik maar
anders kan ik nooit met pensioen en dat wil ik niemand aandoen.
Tuesday, October 14, 2008 10:16:42 PM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Sunday, October 05, 2008
MachinebouwRein van der Mast
Wat hebben de rapid technologies mijn
bedrijf te bieden, wordt mij wel eens gevraagd. Het antwoord verschilt per
bedrijf. De rapid technologies betreffen in ieder geval meer dan het maken van
prototypes. Laten we even stilstaan bij deze prototypes. Dankzij 3D printing,
één van de uitvoeringsvormen van rapid prototyping, kunnen we aanvankelijk
concepten, en later ontwerpen eenvoudig en goedkoop in materie omzetten,
‘materialiseren’. Dit heeft als belangrijkste voordeel, dat we ze kunnen
vasthouden, voelen, neerzetten en aan anderen kunnen tonen. Als bijvoorbeeld
opdrachtgevers verbetermogelijkheden zien, kunnen we direct veranderingen
aanbrengen en hoeft er niets te worden veranderd als het eigenlijk al te laat
is. Rapid prototyping drukt dus de kosten van productontwikkeling, beperkt de
risico’s en draagt er aan bij, dat de ontwikkeling niet onverwacht veel tijd in
beslag neemt en dus tot vertraging leidt. En er is meer, want ook
gereedschappen en zelfs eindproducten kunnen we ‘rapid’ verkrijgen. Met één druk
op de knop ontstaat het gereedschap of eindproduct, met respectievelijk rapid
tooling en rapid manufacturing (of ‘rapid fabrication’). Met rapid technologies
is het bijvoorbeeld mogelijk snel complexe gietvormen te maken. Met rapid
manufacturing is het mogelijk eindproducten voor consumenten te realiseren.
Omdat we bij rapid manufacturing niet aan dure gereedschappen met een vaste vorm
vastzitten, kan ieder product een andere vorm krijgen. Met rapid manufacturing
zijn niches te bedienen en ook steeds beter grotere markten, zoals die voor
hoortoestellen (Siemens). Ook de machinebouw kan van de rapid technologies
profiteren, bijvoorbeeld om snel schaalmodellen van machines te maken, voor
evaluatie of instructie. En het is net zo makkelijk om op dezelfde manier
kunststof of stalen onderdelen van het (eind)product verkrijgen. Misschien is
‘rapid’ niet altijd de beste keuze, want in veel gevallen is bijvoorbeeld
spuitgieten superieur. Toch bieden de rapid technologies steeds meer
mogelijkheden, mede dankzij nieuwe hardware, software en materialen. De
machinebouw zou veel vaker rapid technologies moeten toepassen. Onderdelen laten
zich daarmee makkelijk en snel produceren, vooral de complexe. Bovendien laten
verschillende onderdelen zich gemakkelijk verenigen in één, want de rapid
technologies kennen veel minder beperkingen met betrekking tot de complexiteit
van de vormen.
Sunday, October 05, 2008 10:02:50 PM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Tuesday, September 09, 2008
HoutBertus Zuijdgeest
Op de dag dat deze column is
geschreven werd bekend dat het PTC-management besloten heeft enkele banken
opdracht te geven op zoek te gaan naar kopers voor het bedrijf. Met andere
woorden: men zet zichzelf in de etalage. Uitgangspunt voor de onderhandelingen:
2 miljard dollar. Ik heb het niet, ik zal het nooit hebben, en als ik het had
zou ik PTC niet kopen. Waarom niet? Omdat ik er andere leuke dingen mee zou
doen. Daarbij komt dat PTC’s management kennelijk zo weinig vertrouwen in de
eigen positie heeft dat het enorme afkoopsommen bedongen heeft voor het geval
het bedrijf wordt verkocht. En dat ze het nu zelf in de etalage zetten, is
reden genoeg om de vingers niet te branden. Alleen al de hoogste baas van PTC
verlangt ruim de helft van de winst over de eerste zes maanden van het lopende
boekjaar. Eerst was al 14,8 miljoen dollar toegezegd en daar is eind juni nog
eens 7 ton aan toegevoegd (bericht Boston Business Journal, 27 juni
2008). Dat zal de arme man echt nodig hebben. Nu is die winst niet om over naar
huis te schrijven, zoals die in hetzelfde bericht werd vermeld. Verificatie van
de jaarrekeningen laat het ook zien: 28 miljoen dollar op bijna een half
miljard omzet over de eerste helft van het boekjaar (eindigde op 31 maart).
Hoewel ik die 28 miljoen dollar graag op mijn bankrekening had staan, is het
geen goed resultaat. Het had ten minste het dubbele moeten zijn. Met een
dergelijk rendement kan niemand tevreden zijn. Maar het is tenminste in zwart
geschreven. Een paar jaar terug was dat nog anders. 2007 was een schijnbaar
goed jaar met circa 144 miljoen winst. Opgemerkt moet worden dat een derde
hiervan een belastingteruggave is (bijna 44 miljoen dollar). Het echte
resultaat was even hoog als in 2003. Alleen werd dat rood geschreven. Ter
informatie: alle heren samen verlangen ruwweg 20 miljoen dollar. Het esthetisch
meest verantwoorde bedrag heeft Jim Heppelman achter zijn naam staan: 1.277.628
dollar. Je vraagt je toch werkelijk af waar hij het vandaan haalt. Er wordt nu
hard gespeculeerd wie de kopers zullen zijn. Voor klanten is het natuurlijk
interessant te weten wat die kopers gaan doen met alle elf acquisities die PTC
sinds 2004 heeft gedaan, waaronder eind vorig jaar nog CoCreate. We zullen het
zien. Ik verwacht niet dat het hard gaat. De heren op de hoogste verdiepingen
hoeven voorlopig dus nog niet op een houtje te bijten.
Overigens kan de opkomst van het
mainframe een reden voor deze PTC-actie zijn. Werkstation- en pc-adepten zullen
moeite hebben hieraan mee te werken. De pc zoals we die nu kennen, is op zijn
retour. We hebben geen dure complexe apparaten meer nodig die veel onderhoud
vragen en beschermd moeten worden tegen hun molesterende gebruikers. Software
hoeft niet meer decentraal te worden geïnstalleerd en gebruikers kunnen feitelijk
volstaan met een scherm, een toetsenbord met muis en een netwerkaansluiting.
Precies zoals het in de mainframetijd was. Je kunt veel van dataveelvraat
Google zeggen, maar je kunt bij hen keurig algemeen bureauwerk uitvoeren. De
eigen pc hoeft daarvoor bijna niets te kunnen. En algemeen bureauwerk doet
tenslotte 90 procent van de werkende bevolking. We gaan niet terug naar de
toekomst, maar vooruit naar de geschiedenis. Hadden IBM & co. Indertijd
goed opgelet en tijdig wat aan de uiterlijke en financiële attractiviteit
gedaan, dan was het misschien nooit zover gekomen. En had iedereen zich niet
jarenlang met Windows of Mac OS lopen kwellen. In de servicegeoriënteerde
wereld zal het niet zo heel lang meer duren of bedrijven kunnen
softwarecapaciteit gewoon over het net huren. Alles wat als reden wordt
aangevoerd dat niet te doen, is uiteindelijk eigenbelang. Het vereist een
mentale verandering en daar stokt het. Vergeet nooit: het nieuwste schroot
veroudert snel. Geduldig is alleen papier. En in de IT-wereld stijgt bij elke
vooruitgang het verbruik. Dat houtje van de PTC-managers moesten ze maar
vergeten. Er kan beter papier van worden gemaakt.
Tuesday, September 09, 2008 10:15:26 PM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Sunday, September 07, 2008
Is verspanen ‘rapid’?Rein van der Mast
In de begintijd van de rapid
technologies, ruim twintig jaar geleden, moest alles anders. ‘Verzet tegen de
gevestigde orde!’ Verspanen, dus subtractief in plaats van additief, was ‘old
school’. Rapid technologies was ‘the way to go’. Inmiddels is rapid technologies
vooral op het gebied van rapid manufacturing iets minder veelbelovend gebleken
als de hemelbestormers van toen wel deden geloven. Dit neemt niet weg, dat in de
tussentijd veel vooruitgang is geboekt en rapid technologies voor velen zeer
waardevol is gebleken. Echter, de aandacht richt zich steeds meer op hybride
oplossingen, waarbij delen subtractief tot stand komen en andere delen ‘rapid’.
Verder vinden sommigen dat ook subtractieve oplossingen ‘rapid’ kunnen zijn,
zoals Lex Lennings, die software levert voor het aansturen van kleine
freesmachines, waaronder bij de NASA. Ook besteedt het Engelse TCT Magazine,
voorheen Rapid News, tegenwoordig aandacht aan bijvoorbeeld
hogesnelheidverspanen. De definitie van rapid technologies varieert dus.
Misschien is dit niet erg, gelet op het groeiende besef dat bijvoorbeeld
consumentenproducten met maatwerk voor de massa het voordeligst met hybride
oplossing worden gerealiseerd, dus deels subtractief en deel additief. De
discussie over wat rapid technologies is, is nog niet gesloten.
Sunday, September 07, 2008 10:01:17 PM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Monday, August 04, 2008
Net een bewerkingscentrumRein van der Mast
De Eurosatory bij Parijs is een beurs barstensvol ‘big boys toys’. Het ‘speelgoed’ omvat een keur aan hoogtechnologische systemen die het hart van menig techneut sneller laat kloppen. Het leidt echter geen twijfel dat wat jaarlijks aan de noordzijde van de Franse lichtstad is opgesteld, op anderen een verschrikkelijke uitwerking heeft. Bij de poort van het beursterrein viel het me op, dat de beveiliging lang niet zo omvangrijk was als bij een soortgelijke, aanmerkelijk kleinere beurs in Rijswijk. In ons land houden tientallen agenten een handjevol demonstranten op afstand. In Nederland zie je spandoeken met leuzen zoals: ‘Stop de wapenwedloop’. In Frankrijk niet. Integendeel. De hoeveelheid pistolen, geweren, granaten, raketten, vrachtwagens, tanks, helikopters en nog veel meer was op de ‘place d’exhibition’ niet om overheen te kijken. Terwijl onze staatssecretaris Jack de Vries en diens gevolg zich bij Rheinmetall lieten informeren, drong zich de gelijkenis tussen wapensystemen en CNC-bewerkingscentra bij me op. Historisch gezien liggen zulke zaken overigens hoe dan ook niet ver uiteen. FN en CZ zijn heden ten dage bekende namen van handvuurwapens. Ooit waren ze ook bekend als namen van veel geprezen motorfietsen. Metaalbewerking is metaalbewerking, dacht men in die tijd wellicht. Ook nu nog zie ik overeenkomsten tussen, concreet, de Donar van General Dynamincs en een doorsnee bewerkingscentrum. De Donar is een wapensysteem voor de artillerie, op dit moment nog een prototype. Op een onderstel op rupsbanden, met voorop een kleine cabine, bevindt zich een koepel waaruit een enorme buis steekt. In de koepel zitten geen mensen, in ieder geval niet zolang het systeem in gebruik is. In de cabine bevindt zich de tweekoppige bemanning: iemand die stuurt en iemand die de communicatie verzorgt, richt en schiet. Wat een verschil met de vijfkoppige bemanning van de houwitsers die we momenteel in Afghanistan inzetten, de PzH 2000. Het (her)laden van de Donar gebeurt volautomatisch en snel, ongeacht de positie van de koepel en de loop. De wijze waarop het systeem is geconstrueerd, vertoont opmerkelijk veel overeenkomsten met gereedschapwisselaars in (grote) CNC-bewerkingscentra. Uiteraard is de proportionering anders, want een granaat is aanmerkelijk zwaarder dan een beitel in een houder. Verder komt er bij de artillerie iets met hoge snelheid uit en dat is dan in orde, terwijl zoiets bij een bewerkingscentrum op onjuiste werking duidt. Ik mag u helaas geen foto tonen. Nog een overeenkomst: de schutter ziet het laadsysteem als een 2D ‘virtual reality’-afbeelding voor zich. Als er wat mis is, licht het betreffende onderdeel op. Het lijkt wel CAM.
Monday, August 04, 2008 11:17:15 AM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Friday, August 01, 2008
Column 2.0Bertus Zuijdgeest
Iets de juiste naam meegeven is zeer belangrijk voor het succes van een product of dienst in de markt. Een autotype dezelfde naam geven als een pakje braadboter is geen goed idee. De misser is al heel oud en nu er minder braadboter reclame wordt gemaakt (‘je moet er wel even bij blijven’), is de pijn wat minder. De auto is echter nog steeds een zeldzaamheid op de Nederlandse wegen. De pijn zit wel diep. Meeliften met een trend in naamgeving is veelal een veilige gok. We hebben allemaal gezien dat in de softwarewereld jaartallen in plaats van versienummers werden ingevoerd. Deels komt men daar weer van terug, wanneer geen regelmaat gehouden kan worden terwijl dat wel belangrijk is voor de klanttevredenheid (‘waarvoor betalen we dat onderhoud terwijl we geen nieuwe versie krijgen?’). Het ziet er vreemd uit wanneer in 2008 de 2007-release uitkomt. Net ernaast is ook gemist. En het is net als Hilton en Spears zo vreselijk 2007. Nee, dan zijn versienummers voor velen toch beter en vooral veiliger. Ook als het helemaal geen product is maar een schimmig en moeilijk te definiëren fenomeen.
We kennen allemaal Web 2.0, het interactieve web, waar gebruikers actief zijn in plaats van passief webpaginaatjes aankijken. De verwachtingen zijn hoog. Er is met grote inzet een strijd gaande om de hoogste deelnamecijfers. Het gaat allemaal om de reclame. En natuurlijk om de data zelf. Want hoe die uiteindelijk worden gebruikt, schijnt vrijwel niemand zorgen te baren. Het aantal actieve gebruikers is slechts een fractie van het totaal aantal geregistreerde. Maar dat is kennelijk ook niet van belang. De oorspronkelijke bedenkers zitten ondertussen heerlijk met een groot glas met kleurige inhoud aan de ene of andere poolbar. Zij hebben het goed gedaan. Bij mij zijn er helaas dagen dat ik niet zulke goede ideeën heb.
De PLM-software-industrie is inmiddels op de lopende trein gesprongen en noemt alles nu PLM 2.0. Alles is nu webgebaseerd en ‘collaborative’. Alsof het dat nog niet was. Is het overigens opgevallen dat niemand collaborative naar het Nederlands vertaalt? Samenwerken is een vaak geziene vertaling, maar beter is natuurlijk collaboreren. Alleen heeft dat nog steeds zo’n vieze bijsmaak. Wie collaboreert er nu graag? Het is het probleem van het pakje boter. Zo lang iets maar in een andere taal wordt uitgedrukt, dan is het allemaal opeens wél goed. Er bekruipt mij dan zo’n onbestemd menukaartgevoel. Een gerecht met een Nederlandse naam zouden we niet kiezen, maar zodra het er op z’n Frans of Italiaans staat, ziet het er opeens veel smakelijker uit. Net zoals iemand die een Nederlandse smartlap verafschuwt wel graag naar een Engelse, Franse of Portugese tearjerker luistert.
De mens houdt zichzelf graag voor de gek. Daar zijn nu ook de dure jongens uit de corporate consultancy achtergekomen. Zo hebben zij onlangs in een groot en gerespecteerd dagblad ‘Enterprise 2.0’ uitgeroepen. Een hele halve pagina werd aan het gezwets gewijd, het leek wel een advertorial. Snelle pakken die rond drie tot vier mille per dag toucheren zijn er nu achter gekomen dat bedrijven die veel uitbesteden dat beter kunnen doen door nauwe samenwerking. Natuurlijk webgebaseerd. Collaboreren is toegestaan.
Onwillekeurig moest ik bij het lezen denken aan de boodschap die al zo’n tien jaar in de CAD/PDM-wereld wordt verbreid maar die slechts mondjesmaat in de juiste kringen ingang vindt. Misschien dat de snelle pakken wel in staat zijn de juiste krachten binnen ondernemingen te mobiliseren, zodat nu echt eens werk gemaakt kan worden van de wat in ‘onze’ markt al lang met standaardtechnologie mogelijk is. Dat gezegd hebbende, wens ik iedereen een goed begin van de tweede helft van het jachtseizoen versie 2008. Nu eerst op vakantie naar la Mer de l’Est.
Alles is nu webgebaseerd en ‘collaborative’
Friday, August 01, 2008 11:14:18 AM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Thursday, July 31, 2008
ClaytronicsLiam van Koert
Het heeft alles weg van een zelfbedachte kreet, om een flauwe mechatronicawoordgrap uit te halen. Toch is het kleien met mechatronica een project dat het leven zoals we dat gewend zijn, drastisch zou kunnen veranderen. Stel je voor: een miljoen kleine bolletjes van nog geen millimetertje doorsnede. En met deze bolletjes knutselen we personen, stoelen of een toetsenborden. Hebben we geen van drieën nodig, dan morft het voorwerp zichzelf gewoon in iets dat op dat moment wél handig is. Het lijkt een beetje op een ‘out the box’ die we vorig jaar over de M-TRAN deden, maar de ambities van dit project liggen vele malen hoger. Zo moeten de pario, zoals de onderzoekers de 3D-replica noemen, nauwelijks van echt te onderscheiden zijn. Ze voorzien toepassingen als een open-hartoperatie door een specialist op duizenden kilometers afstand, stand-in brandweermannen, die indien noodzakelijk ook in een ladder kunnen veranderen, en een live 3D miniatuurweergave van Nederland-Duitsland op je koffietafel. De term die de onderzoekers, werkzaam bij Intel en de Carnegie Mellon-universiteit te Pittsburg, voor de techniek hebben bedacht, is ‘dynamic physical rendering’. De bolletjes, catomen (‘claytronic atom’) genoemd, moeten robuust en goedkoop te produceren zijn (een replica kan miljoenen catomen bevatten). Ze moeten kunnen bewegen met behulp van elektromagnetisme, maar vanaf een millimeter of twee zijn elektrostatische krachten ook te gebruiken. Er is inmiddels een manier ontwikkeld om de catomen te voeden door slechts enkele stuks in een samenstelling van stroom te voorzien. Maar misschien wel het lastigste onderdeel is het programmeren en de routing. De onderzoekers vragen zich hierbij af of het wel handig is om alle catomen een eigen ID te geven. Niet alleen is het aantal onderdelen in het netwerk erg groot, ook kan het aantal bewegingsassen bij een dichte bolstapeling oplopen tot zes stuks. Vooralsnog is het zover nog niet. De catomen zijn nog een centimeter of vier in diameter en niet bolvormig. Wel moeten binnen een jaar de eerste pakketten van een 100 stuks op de markt komen. Hiermee kan er door een veel grotere groep naar hartelust geëxperimenteerd worden. Dus weet u nog niet wat u voor uw verjaardag moet vragen? Met een mooi stukje mechatronische klei heeft u elk voorwerp dat u ooit al had willen hebben of in de toekomst misschien nog wil hebben!
Thursday, July 31, 2008 10:45:53 AM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Monday, July 28, 2008
Het flexibele tijdperkLiam van Koert
Kleiner en groter
De grootste sprongen
binnen de elektronica worden al jaren gemaakt door miniaturisering.
De wet van Moore, die stelt dat het aantal schakelingen op een chip
elke 18 maanden verdubbelt, is hiervan een bekend voorbeeld. Als
gevolg hiervan worden ook de schakelingen compacter die we met de
alsmaar kleiner wordende bouwstenen kunnen maken. Het stelt ons in
staat om met kleinere machines meer productie uit hetzelfde aantal
vierkante meters te halen, terwijl we door overdimensionering de
kwaliteit en betrouwbaarheid van onze machines kunnen verhogen. En
zonder hieraan concessies te hoeven doen, worden de componenten
steeds intelligenter. Helaas is het einde van deze beroemde wet in
zicht. Men loopt tegen fysische barrières aan, die vragen om
een nieuwe aanpak. Luidt dit vooruitzicht het einde van een tijdperk
in? Jazeker. Maar ook het begin van een nieuw tijdperk. Inzichten in
(nieuwe) materialen spelen hierbij een belangrijke rol. Zo is er door
materiaalkennis de laatste jaren een ware opmars van de LED, wordt
steeds meer elektriciteit opgewekt met fotovoltaïsche materialen
en wordt in Dresden momenteel een fabriek gebouwd die op grote schaal
halfgeleiders uit plastic gaat produceren. Betaalbare, buigbare of
oprolbare elektronica zal dan ook niet lang meer op zich laten
wachten. Maar echt interessant wordt het, wanneer de elektronica
oprekbaar wordt. Wetenschappers die zich hier momenteel mee
bezighouden, denken aan diverse medische toepassingen, als het maken
van een oog of een elektronische armprothese waar gevoel in zit. Maar
ook de bekleding van een vliegtuigvleugel ter detectering van kleine
scheurtjes wordt genoemd.
Of we willen of
niet, een flexibel tijdperk breekt aan. Voor de machinebouwer zal dit
nieuwe kansen bieden. De nieuwe elektronica zal met machines moeten
worden gemaakt. Daarnaast zullen de nieuwe flexibele producten
oplossingen bieden voor oude ontwerpproblemen. Wil de machinebouwer
hiervan profiteren? Het enige wat hij hiervoor nodig heeft is een
flexibele (tijd)geest.
Monday, July 28, 2008 11:32:24 AM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Tuesday, July 01, 2008
File!Rein van der Mast
Elco Brinkman, voorzitter van Bouwend Nederland, hekelde onlang
Elco
Brinkman, voorzitter van Bouwend Nederland, hekelde medio april het
overheidsbeleid inzake het wegverkeer. Onze wegen slibben dicht
waardoor velen onder ons onnodig veel tijd in hun auto doorbrengen.
Daarbij doen we weinig meer dan dure brandstof omzetten in schadelijk
gas en, hopelijk nog enigszins nuttig, bellen. Het Nederlandse
wegennet schaadt onze economie en ons milieu. Daarom pleit ik met
Brinkman voor schonere motoren. Of meer asfalt wenselijk is, zoals
Brinkman beweert, betwijfel ik. Ongetwijfeld zijn er plaatsen waar
meer asfalt filevorming tegen kan gaan, ook zonder dat dit het
fileleed slechts verplaatst. Verder kunnen we ons afvragen waarom
bijvoorbeeld sommige bruggen tijdens de spits voor een enkel
zeiljacht open gaan.
Wat
ik in dergelijke discussies echter te vaak vind ontbreken, is de
vraag wat zoveel mensen anno 2008 op onze wegen doen. Als mensen
ergens naar toe moeten om daar fysieke arbeid te verrichten, is de
noodzaak zonder meer duidelijk. Je hebt niet in iedere stad een
hoogoven, en Vinex-locaties vind je ook niet overal, gelukkig. Er
zijn echter tal van beroepen die met digitale middelen ook decentraal
kunnen worden uitgeoefend. Niet alleen kunnen bedrijfsnetwerken met
‘virtual private networks’ worden uitgebreid voor de notebooks
van zich op grote afstand bevindende medewerkers, ook kan met beeld
en geluid afdoende worden gecommuniceerd. Terwijl ik dit zeg,
realiseer ik me dat niet iedere werknemer zit te springen om zijn
werkgever met een webcam in zijn huis toe te laten. Bovendien
verlangt thuiswerken een werkruimte, zelfdiscipline en is het gezin
van invloed op de kwaliteit van de thuisproductie.
Is
er geen tussenoplossing denkbaar, één waarbij de
medewerker zich niet thuis bevindt en niet met grote regelmaat files
moet trotseren? Deskundigen voorzien dat de ‘rapid technologies’
ertoe zullen leiden dat producten op allerlei plaatsen virtueel tot
stand komen en steeds vaker in de fysieke nabijheid van de gebruiker
in materie worden omgezet. Dit is mogelijk dankzij de afwezigheid van
(productgebonden) gereedschappen bij bijvoorbeeld ‘selective laser
sintering’.
Met
deze verwachting in gedachten, vraag ik me af waarom we geen
verzamelgebouwen hebben waar werknemers van allerlei organisaties op
geringe afstand van hun woonhuis werken, waarbij ze voortduren
beeldcontact hebben met de omgeving van hun werkgever. Dergelijke
werkplekken vormen uitbreidingen van het kantoor en zijn nauwelijks
plaatsgebonden. Voilà, de werknemer kan ongestoord zijn werk
doen, de leidinggevende kan hem ieder moment zien.
Uiteraard
kost een dergelijk gebouw geld, maar ik kan me niet voorstellen dat
de kosten hoger zijn dan de totale kosten van ons fileleed, inclusief
de kosten die verbonden zijn aan het milieu, het verlies van
productiviteit en vrije tijd. Juist omdat de problematiek zoveel
facetten kent, zou de overheid de komst van dergelijke gebouwen
moeten stimuleren. Het lijkt me iets voor onze filebestrijdster Rita
Verdonk, waarbij ik van harte hoop dat ook andere partijen zich voor
een oplossing hard willen maken, want Sinterklaas verdwijnt ook
zonder haar niet.
Tuesday, July 01, 2008 12:48:01 PM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Monday, June 30, 2008
UitbestedenBertus Zuijdgeest
Ik heb hier al eens
eerder over berichten op Teletekst geschreven. Vandaag, 3 juni, is er
weer zo’n nieuwspareltje verschenen: ‘Uitbesteding werk vaak geen
succes’. Het gaat daarbij met name om uitbesteding van werk naar
lage-lonenlanden. We vermoedden met z’n allen natuurlijk allang dat
het niet alles goud is dat blinkt, maar nu is het officieel. De
Erasmus Universiteit heeft het bij 10.000 ondernemingen onderzocht.
En nu blijkt dat 85 procent (!) van de ondernemingen de
doelstellingen niet haalt. De redenen die Erasmus aangeeft, zijn dat
er te weinig ervaring is met internationale samenwerking en dat er
grote verschillen bestaan in cultuur en organisatie. Een interessante
toevoeging is, dat het uitbestede werk niet alleen laaggeschoold werk
betreft. En het schijnt dat ondertussen één op de drie
ondernemingen werk probeert uit te besteden naar lage-lonenlanden. Ik
durf niet eens het aantal bedrijven te schatten dat uitbesteedt en
daarmee problemen heeft. Het moet een ontstellend hoog aantal zijn.
Dat onderzoek zal
vast veel geld hebben gekost. En dat gun ik de Rotterdamse vrinden.
Ze moeten tenslotte al die mooie gebouwen betalen die ze in de
afgelopen tien jaar hebben neergezet. Op de Erasmus kunnen ze wel een
beetje rekenen. Als je dan één op de drie bedrijven in
Nederland neemt, dan kom je op tienduizenden bedrijven uit. Als
daarvan 85 procent ontevreden is, dan gaat het om echt heel veel
geld. Helaas was daarvoor kennelijk geen ruimte meer voor op
Teletekst. Want ontevredenheid leidt tot correcties. En correcties
leiden meestal tot kwaliteitsverlies en kosten altijd tijd en geld.
Als je die correctiekosten eens samen zou tellen, dan kun je daarvan
aardig wat loonverschil betalen. En dat leidt bij mij direct tot de
vraag: waarom? Waarom willen toch al die bedrijven naar het verre
buitenland. Gaat het om de laatste paar centen marge? Is men
werkelijk zo geil op geld? Of is het een probleem van gebrek aan
gekwalificeerde arbeidskrachten? Ik weet het niet maar vind het wel
heel boeiend. Net zo boeiend als de doelstellingen die volgens het
rapport niet worden gehaald. Welke doelstellingen waren dat? Was het
nog niet goedkoop genoeg? Het zal vast in het Erasmus-rapport staan,
maar ik heb het niet kunnen achterhalen.
Wat niet achterhaald
hoeft te worden, is een beeld dat ontstaat door dit soort rapporten.
Ondernemers in Nederland zijn lemmingen. De kringen waarin men
verkeert, zorgen voor een soort kuddegedrag. Men moet bij de
golflunches en Lions- en Rotary-diners natuurlijk wel kunnen
meepraten over bomen die tot in de hemel reiken, het groene gras aan
de andere kant van het hek en de als kool groeiende marges. Kortom,
het kan niet op. Natuurlijk niet, want hoe moet je nu aan de ‘peer
group’ uitleggen dat je gefaald hebt. Dat de herstelkosten je boven
het hoofd groeien, levertijden niet te halen zijn, en kosten van
garanties en claims het bedrijf langzaam maar zeker in het
faillissement drijven. Is dit beeld zwart genoeg?
En daarbij kan het
zo gemakkelijk zijn. De truc zit hem in tijdig opleiden. De slim
geleide bedrijven investeren anticyclisch. Als het minder is, dan is
er tenminste capaciteit beschikbaar om vernieuwingsprojecten uit te
voeren, om mensen op te leiden, om je voor te bereiden op de volgende
hausse. En die komt. En wanneer die komt, sta je als bedrijf klaar.
Je hebt de mensen, de middelen, dus: produceren maar, waar anderen op
dat moment nog moeten gaan zoeken naar nieuw personeel, klagen over
gebrek aan kwaliteit omdat ze niet hebben opgeleid en over de
loonkosten omdat alleen die mensen nog komen die graag jobhoppen voor
de centen. Het is een zichzelf versterkend probleem. En zonder
twijfel zelf veroorzaakt. Wie thuis de zaken goed voor elkaar heeft,
hoeft niet uit nood naar het buitenland maar kan uit strategische
overwegingen gaan. Om nieuwe markten aan te boren met locale
aanwezigheid, om gericht te kunnen differentiëren naar welk
product op welke locatie voor welke markt wordt geproduceerd. Dat is
heel iets anders dan door je omgeving geleefd te worden. Ik vermoed
dat het Erasmus-onderzoek een aardig beeld geeft van de effecten.
Monday, June 30, 2008 12:51:10 PM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Tuesday, June 24, 2008
Net als in een huwelijkRein van der Mast
Onlangs woonde ik in mijn woonplaats Dordrecht een bijeenkomst bij van Materialenkring Zuid-Holland. Materialenkringen zijn een gezamenlijk initiatief van de Koninklijke Metaalunie en Syntens, waarbij ondernemers elkaar in regionaal verband ontmoeten en over allerhande onderwerpen praten, met name technische. In Dordrecht waren de sprekers het met elkaar eens dat het belang van samenwerking toeneemt, zowel tussen de OEMs en hun toeleveranciers als tussen de OEMs en hun afnemers. Zij betoogden dat samenwerking een meer inhoudelijk karakter moet krijgen. De bedrijven moeten niet de samen te assembleren onderdelen als uitgangspunt nemen, maar het aan het einde van de keten te leveren product. Zij moeten elkaar vinden in wat op welke manier wordt samengebracht, in plaats van geringe kortingen bij elkaar te bedingen die de prijs van het uiteindelijke product nauwelijks beïnvloeden. Alleen zo zijn volgens hen werkelijk concurrerende producten te realiseren. De hier beschreven samenwerkingsvorm betreft een ontwikkeling die reeds in gang is gezet bij de grote OEM’ers en hun toeleveranciers. ASML is er één van. De inhoud van de inkoopfunctie is daardoor veranderd en heeft een meer inhoudelijk karakter gekregen. Verder is het opleidingsniveau van de inkopers hoger geworden. Dergelijke inkopers zijn meer betrokken bij de verschillende fasen van de productlevenscyclus en brengen, waar nodig, de constructeurs van de samenwerkende partijen bijeen. Bij kleinere bedrijven die minder hightech zijn, komt een dergelijke ontwikkeling gewoonlijk jaren later op gang, getuige wat de sprekers tijdens de bijeenkomst van de Materialenkring vertelden. De sprekers gaven de, in hun ogen, op de laatste cent beluste inkoper van hun klant de schuld van veel inefficiëntie. Opmerkelijk genoeg noemde niemand de verkoper als bron van ellende. Misschien omdat de sprekers zelf verantwoordelijk waren voor verkoop? Verder miste ik iets waarover ik te vaak niets hoor: strategie. In hoeverre wordt samenwerking gebaseerd op een fundamentele, strategische keuze? Zegt de door een bedrijf geformuleerde strategie überhaupt iets over samenwerking? Veel bedrijven zouden zich deze vragen moeten stellen, want door slim samen te werken, kunnen leveranciers eerder op marktontwikkelingen reageren, zich eerder herpositioneren en eerder andere, nieuwe producten aanbieden. Ik pleit voor samenwerking als strategische keuze. Daarbij is van belang dat de bedrijven ‘lean’ worden, niet alleen in hun vervaardiging, maar ook in hun ontwikkeling. En laat ons niet vergeten dat sommige bedrijven wel en andere niet bij elkaar passen. Een bedrijf dat voor de laagste prijs gaat, past niet bij een bedrijf dat de meeste waarde hecht aan kwaliteit. Net als in een huwelijk.
Tuesday, June 24, 2008 8:09:27 AM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
Direct, directer, directstBertus Zuijdgeest
De hele wereld kent Rembrandt. Zozeer zelfs dat zijn voornaam volstaat. Men kent zijn kop van de zelfportretten, de Nachtwacht en het feit dat hij arm stierf en pas na zijn dood beroemd werd. Nu wil ik de volgende vergelijking direct beperken tot het laatste. Alle eerst genoemde zaken zijn nooit overtroffen. Het moet voor Bill Gascoigne een hard gelag zijn dat de hele wereld na de overname en het opvolgende verscheiden van CoCreate het ‘direct modeling’-concept dat zij in 1993 op de markt hebben gebracht, groots oppakt. In al die jaren zijn ze nooit verder gekomen dan een nichespeler voor die bedrijven die niet de massa achterna wilden. En zoals algemeen bekend, zijn dat er nooit veel geweest. Want tel maar na wie er ondertussen direct kan modelleren: SolidWorks doet het, NX doet het, Catia doet het (op z’n eigen manier) en binnenkort zal ook Pro/Engineer het doen. Is het een hype, of zit er meer achter? Op 22 april jongstleden zou Siemens PLM Software op de Hannover Messe een grootse aankondiging gaan doen. Tegelijkertijd zou er een webcast zijn die om 16.00 uur West-Europese tijd beschikbaar zou komen. De verwachtingen waren dat er, gezien de locatie, grote aankondigingen zouden volgen over de manier waarop de Siemens-fabrieksbesturing samenwerkt met de ‘digital manufacturing’- software van de PLM Software-groep. Dat was tenslotte waar het Siemens bij de overname voor een belangrijk deel om te doen was. Wat er van de persconferentie op locatie van terecht is gekomen, weet ik niet. Uit de tweede hand heb ik gehoord dat om 16.00 uur alleen een video ter downloading beschikbaar is gekomen. En het onderwerp van de groots aangekondigde persconferentie: direct modeling. Zonder afbreuk te willen doen aan de kwaliteiten van de organisatie zelf of het product – men is niet zonder reden wie men is – vind ik dit toch een beetje een zeperd. Een gemiste kans. Stel, onze heersende hoofdredacteur Liam van Koert naar Hannover zou zijn gereisd. Het is niet het einde van de wereld, er rijdt zelfs een directe trein vanaf Schiphol, maar het kost toch een bult tijd en centen. En dat voor direct modeling wat al vijftien jaar gemeengoed is? Hij zou niet blij zijn geweest. Toch geeft de grootsheid van de aankondiging wel aan hoe belangrijk men dynamic/direct/explicit modeling ziet. En dat terwijl de bedrijfsnaam van de bedenker CoCreate per 1 mei van het toneel is verdwenen. Het is een beetje als Rembrandt. De erkenning volgt pas na de dood. CoCreate is dood. Lang leve CoCreate. PTC is gelukkig wel zo verstandig geweest de naam niet helemaal weg te doen. Alle productnamen beginnen er nu mee. Het overkoepelende OneSpace is van het toneel verdwenen. Wat op zich niemand zal berouwen. Het dominante gebruik van de naam OneSpace deed te veel herinneren aan het fiasco van het waanzinnig kostbare ‘collaboration’-tool waarop niemand zat te wachten toen het werd geïntroduceerd. Inmiddels heeft iedereen iets dergelijks en is er veel succesvoller mee. Het is geen ‘rocket-science’ meer en het vertrouwen in internetbeveiliging is ook bij de grootste onbenul wat toegenomen. Ook hier een soort erkenning na de dood. Voor de liefhebber blijft bij al dit directe modelleergeweld de vraag wat de aanpak van de traditionele historiegebaseerde pakketten gaat zijn van het gebruik van het historievrije modelleren. Bij navraag weet men het soms niet en wordt het heil gezocht in het beperken van de toepassing: met name om geïmporteerde geometrie te bewerken. Soms wordt het gezien als initiële brainstorm-tool om snel varianten te genereren terwijl voor de ‘echte’ engineering en afleiding van varianten het ‘history based’ pakket nodig is. Het zijn allemaal bijzondere zienswijzen die slechts één vraag doen opkomen: kan het worden uitgezet zodat het niet ongeoorloofd wordt gebruikt? Je hoeft namelijk niet gestudeerd te hebben om in te zien dat wanneer een constructeur onder tijdsdruk aanpassingen moet aanbrengen, deze geneigd zal zijn wat bochten af te snijden en zich niet wil verdiepen in de opbouw van het model. En daar heb je de puinhoop al. Er ontstaat een mengeling van historiegebaseerde en historievrije bewerkingen in hetzelfde model. Hoe is dat onder controle krijgen? Hier is nog geen antwoord op. Toch maar overstappen op volledig historievrij? Want zoveel wordt bij de meeste bedrijven tenslotte niet met die historie gedaan. Hoe meer bedrijven alsnog overstappen, hoe groter de kans dat er ook over een paar jaar nog direct gemodelleerd kan worden.
Tuesday, June 24, 2008 8:07:20 AM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
PrioriteitLiam van Koert
Dat het veel energie kost om als een kip zonder kop alles beet te pakken wat op je weg komt, zullen de meeste mensen beamen. Dat het maar weinig productief is, ook. Op die manier komt er zelden iets af en kunnen dingen behoorlijk in de soep lopen. Daarom hebben we de term ‘plannen’ uitgevonden: het maken van snode plannetjes om deze vervolgens sequentieel in de tijd te plaatsen. De eerste van dit soort plannen bestonden vooral uit magische rituelen en seizoensgebonden activiteiten die werden gedicteerd door de sterren en de maan. Op basis van de complexe patronen die deze hemellichamen door de lucht beschreven zijn vele kalenders samengesteld, die de nodige houvast gaven wanneer ons volgens de wetten der natuur welke gebeurtenis stond te wachten. Een paar duizend jaar later hebben we in relatief korte tijd dit pad verlaten en hebben we het naadloos op elkaar aan te laten sluiten van capaciteiten, activiteiten en middelen tot kunst verheven. Er staan ons systemen ter beschikking die het mogelijk maken alle gegevens die maar iets met onze onderneming te maken hebben in te voeren en tot in de puntjes te beheren. Hierbij maakt het in principe niet uit hoe laat het is of met welk seizoen we te maken hebben. De wereld blijft draaien, vierentwintig uur per dag, zeven dagen in de week. Op ieder gewenst moment kunnen we financiële en logistieke gegevens in het ERP-systeem gieten, klantgegevens in het CRM-systeem en onze productgegevens in het PDM-systeem. En als we willen, hebben we realtime inzicht in producten en processen aan de andere kant van de wereld. Allemaal hulpmiddelen die de onderneming efficiënter en productiever kunnen maken. Er is echter ook een keerzijde. Met deze stortvloed aan gegevens is het stellen van prioriteiten minstens zo belangrijk als het maken van plannen. Welke gegevens zijn nu echt belangrijk voor mijn bedrijf, hoe kan ik de kwaliteit hiervan garanderen en hier zo eenvoudig mogelijk over beschikken? Stel je je deze vragen niet, dan loop je de kans het overzicht te verliezen en te vergeten waar het nu eigenlijk allemaal om begon. Mee in de vaart der volkeren maar het doel voorbij gestreefd. En dat het als een kip zonder kop alles beetpakken wat op je weg komt veel energie kost maar weinig productief is, zullen de meeste mensen beamen.
Tuesday, June 24, 2008 8:04:21 AM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Tuesday, June 10, 2008
LagelonenlandenRein van der Mast
Onlangs las ik dat veel bedrijven niet gelukkig zijn met hun buitenlandse toeleveranciers. Vooral toeleveranciers in lagelonenlanden leveren lang niet altijd wat verwacht wordt. Veelal schiet de kwaliteit tekort en laat de levering te lang op zich wachten. Cultuurverschil, waaronder taal, is een belangrijke oorzaak. Toen ik jaren geleden een toeleverancier in Hongkong belde, riep de man aan de andere kant direct: ‘Please send fax! Please send fax!’ Overigens leverde het bedrijf mij goede producten, waaronder een serie membraanschakelaars.
Wat te vaak over het hoofd wordt gezien, is dat ook in dergelijke landen sommige mensen je zeer ter wille zijn en anderen de kantjes er vanaf lopen. Het is zeker niet zo, dat alle, in onze ogen arme Aziaten, hongerend naar de harde euro, zich voortdurend maximaal inzetten voor de rijke westerling.
Ik laat tamelijk veel in Moldavië uitvoeren, vooral op het gebied van ICT. Een niet onbelangrijk voordeel van dat land is het geringe tijdverschil: één uur. Verder is Moldavië een zeer Europees land, afgezien van de grote armoede en het snel groeiende verschil tussen arm en rijk sinds de Sovjet-Unie uiteenviel. Overigens dienen zich meer landen aan. Persoonlijk verwacht ik dat binnen tien jaar de noordelijke Afrikaanse landen zullen opkomen. Dit leid ik af uit de huidige ontwikkelingen in bijvoorbeeld Algerije. Politieke stabiliteit is daarbij een vereiste en naleving van alle wet- en regelgeving. Op dat vlak valt sowieso in een groot aantal lagelonenlanden nog veel te winnen, zij het niet voor iedereen.
Tuesday, June 10, 2008 9:23:51 AM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Monday, May 26, 2008
Oranje bovenLiam van Koert
Nederland kan wel wat visie op robotica gebruiken. En dan heb ik het niet over de camerasystemen die steeds sneller en compacter worden. Visie is meer dan waarnemen. Het is ook begrijpen wat je ziet. Maar uit verschillende hoeken hoor ik geluiden komen dat we nog niet helemaal snappen wat er allemaal op ons af komt. Hoewel we sterk zijn in de bouwstenen van de robotica, is het nu voornamelijk nog los zand. We lopen voorop als het gaat om nano- en biotechnologie. We doen het erg goed op het gebied van cognitieve wetenschappen en ICT. En ook bedrijven als Philips en ASML behoren tot de wereldtop als het gaat om hightech-industrie. Het wordt echter tijd voor samenhang en een goeie jeugdopleiding. Een goeie bondscoach die de verschillende individuen tot een sterk team kan smeden, zou zeer welkom zijn. Is de redding nabij? De Nederlandse jeugd boekte tijdens het WK RoboCup junior een voorzichtige overwinning door zilver te halen op het onderdeel ‘redden’. Hier moet een robot een parcours afleggen en een poppetje in veiligheid brengen. Maar zoals tijdens veel WK’s, waren de ogen ook bij de RoboCup Atlanta 2007 gericht op de balkunstenaars. De uit Groningen afkomstige Little Green Bats blijken een verdienstelijk exportproduct en worden tweede in een simulatiewedstrijd. Maar wanneer er een echte bal in het spel komt, laat Nederland het pijnlijk afweten. Pijnlijk vooral omdat onze oosterburen de Humanoide League lijken te domineren. Het streven van de RoboCup-federatie is, dat in 2050 een team van autonome robots het wint van de menselijke wereldkampioen. Wat mij betreft moeten we koste wat kost voorkomen, dat de leeuw dan door een mechanische Manschaft in zijn hemd wordt gezet.
Monday, May 26, 2008 10:11:47 AM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Tuesday, April 15, 2008
Leuk monstrumBertus Zuijdgeest
Teletekst vierde een tijdje terug een feestje. Het was jarig. Het ging om veel jaren. Zeker gezien de toch enigszins archaïsche verschijningsvorm houdt het medium het verdraaid lang vol, tegenover alle flashy internetoptredens met live streams en ik-weet-niet-wat. Toch geef ik ’s morgens naast de krant de voorkeur aan teletekst boven internet nieuwssites. Waarom? Omdat het gewoon leuk is. Het is direct nieuws. Geen analyses of achtergronden. Je mag zelf denken wat je er van vindt. Eigenlijk een bijdetijds monstrum. Want het ziet er toch echt niet uit. Maar leuk is het wel. Zo staat er vandaag (medio maart) in Kladblok een bijdrage over ‘walking and texting’ in Londen. Erg gevaarlijk naar het schijnt, want een op de tien lopende sms’ers botst wel eens ergens tegenaan. Een hot item natuurlijk want wie zijn neus schendt, ... Een telefoonmaatschappij gaat samen met een liefdadigheidsinstelling bescherming op lantarenpalen zetten. Om je dood te lachen als het niet zo treurig was. Normale mensen lopen wel eens tegen een lantarenpaal aan. Maar alleen dan wanneer ze een omkijken om de keerzijde van een aantrekkelijke man of vrouw te bewonderen. Dat is nu eens echt normaal menselijk gedrag. Met mazzel merkt de bewonderde medemens de niet meer zo heel erg verborgen adoratie op, en snelt troostend te hulp. Ik geef toe dat de kans op een gegrinnik vol leedvermaak groter is, maar hoop sterft het laatst. Als we nu allemaal gaan teksten en onze neuzen schenden, worden we er niet attractiever op. En van intermenselijke communicatie of adoratie is ook al geen sprake meer. Ook geen wonder dat er zo weinig kinderen worden geboren! Mobiele telefoons moeten maar worden afgeschaft. Een pda’tje met mobiel internet om (stilstaand of -zittend) teletekst te lezen, volstaat volledig. Of er moet iemand opstaan en met een heads-up display komen. Een soort in de lucht geprojecteerd, holografisch beeldscherm met virtueel toetsenbordje. Dan hebben ook mensen met worstenvingers een kans. Citrofiele automobilisten hebben dat idee allang in een concrete droom omgezet die (helaas) de weinig romantische naam C6 draagt. Zo hoort het. En waarmee is de C6 ontwikkeld? Met Catia. En wat komt er in de volgende grote Catia-release: een heads-up display! Nu gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat we hier wel over twee verschillende dingen spreken. In de C6 is het een display op de voorruit, in Catia is het de nog nergens vertoonde nieuwe user interface die op 3D Live is gebaseerd. In het januarinummer van Machinebouw werd er al aandacht aan besteed. Het maakt het vinden (niet alleen zoeken, want daarvan word je op zich natuurlijk niet wijzer) van gegevens en het online communiceren erover veel intuïtiever. Deze user-interface wordt ook in alle applicaties voor het gegevensbeheer gebouwd. Met die veel eenvoudiger toegangswijze tot de bedrijfsinformatie, kan een enorme democratisering van engineering plaatsvinden. Zelfs bazen die zich om min of meer begrijpelijke redenen tot nu verre houden van het graven in systemen naar gegevens, krijgen tenminste de kans zichzelf te informeren. Het spaart de engineers niet alleen tijd, om alles bij elkaar te moeten zoeken voor besprekingen, maar het geeft de baas ook nog eens gelegenheid om tussendoor de ontwikkeling op eigen initiatief te bekijken. Voorwaar progressie. Een grote kans voor engineers om zichzelf beter op de kaart te zetten. Engineers op de barricaden. Weg met de boekhouders. Niet alles is verloren. Er is hoop! Dat is natuurlijk allemaal wel leuk, maar wanneer komt zoiets voor de grote gemeenschap beschikbaar? Catia V6 komt ergens na de zomer. Helaas voor Dassault bereikt het met Catia in Nederland niet een echt grote gemeenschap. Maar er is hoop (alweer). Er is in de Dassault-stal ook nog zoiets als SolidWorks. Dat weten de dames en heren in Parijs meestal goed te verbergen, maar het is wel zo. Dus kunnen we iets dergelijks in SolidWorks verwachten? Laten we het hopen. Het maakt de wereld wel veel leuker. En misschien kunnen de stootkussens worden geïntegreerd bij het ontwerp van nieuwe, op actuele gevaren ingerichte lantarenpalen en verkeersborden.
Tuesday, April 15, 2008 9:11:25 AM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Monday, March 31, 2008
|