 Tuesday, June 10, 2008
LagelonenlandenRein van der Mast
Onlangs las ik dat veel bedrijven niet gelukkig zijn met hun buitenlandse toeleveranciers. Vooral toeleveranciers in lagelonenlanden leveren lang niet altijd wat verwacht wordt. Veelal schiet de kwaliteit tekort en laat de levering te lang op zich wachten. Cultuurverschil, waaronder taal, is een belangrijke oorzaak. Toen ik jaren geleden een toeleverancier in Hongkong belde, riep de man aan de andere kant direct: ‘Please send fax! Please send fax!’ Overigens leverde het bedrijf mij goede producten, waaronder een serie membraanschakelaars.
Wat te vaak over het hoofd wordt gezien, is dat ook in dergelijke landen sommige mensen je zeer ter wille zijn en anderen de kantjes er vanaf lopen. Het is zeker niet zo, dat alle, in onze ogen arme Aziaten, hongerend naar de harde euro, zich voortdurend maximaal inzetten voor de rijke westerling.
Ik laat tamelijk veel in Moldavië uitvoeren, vooral op het gebied van ICT. Een niet onbelangrijk voordeel van dat land is het geringe tijdverschil: één uur. Verder is Moldavië een zeer Europees land, afgezien van de grote armoede en het snel groeiende verschil tussen arm en rijk sinds de Sovjet-Unie uiteenviel. Overigens dienen zich meer landen aan. Persoonlijk verwacht ik dat binnen tien jaar de noordelijke Afrikaanse landen zullen opkomen. Dit leid ik af uit de huidige ontwikkelingen in bijvoorbeeld Algerije. Politieke stabiliteit is daarbij een vereiste en naleving van alle wet- en regelgeving. Op dat vlak valt sowieso in een groot aantal lagelonenlanden nog veel te winnen, zij het niet voor iedereen.
Tuesday, June 10, 2008 9:23:51 AM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Monday, May 26, 2008
Oranje bovenLiam van Koert
Nederland kan wel wat visie op robotica gebruiken. En dan heb ik het niet over de camerasystemen die steeds sneller en compacter worden. Visie is meer dan waarnemen. Het is ook begrijpen wat je ziet. Maar uit verschillende hoeken hoor ik geluiden komen dat we nog niet helemaal snappen wat er allemaal op ons af komt. Hoewel we sterk zijn in de bouwstenen van de robotica, is het nu voornamelijk nog los zand. We lopen voorop als het gaat om nano- en biotechnologie. We doen het erg goed op het gebied van cognitieve wetenschappen en ICT. En ook bedrijven als Philips en ASML behoren tot de wereldtop als het gaat om hightech-industrie. Het wordt echter tijd voor samenhang en een goeie jeugdopleiding. Een goeie bondscoach die de verschillende individuen tot een sterk team kan smeden, zou zeer welkom zijn. Is de redding nabij? De Nederlandse jeugd boekte tijdens het WK RoboCup junior een voorzichtige overwinning door zilver te halen op het onderdeel ‘redden’. Hier moet een robot een parcours afleggen en een poppetje in veiligheid brengen. Maar zoals tijdens veel WK’s, waren de ogen ook bij de RoboCup Atlanta 2007 gericht op de balkunstenaars. De uit Groningen afkomstige Little Green Bats blijken een verdienstelijk exportproduct en worden tweede in een simulatiewedstrijd. Maar wanneer er een echte bal in het spel komt, laat Nederland het pijnlijk afweten. Pijnlijk vooral omdat onze oosterburen de Humanoide League lijken te domineren. Het streven van de RoboCup-federatie is, dat in 2050 een team van autonome robots het wint van de menselijke wereldkampioen. Wat mij betreft moeten we koste wat kost voorkomen, dat de leeuw dan door een mechanische Manschaft in zijn hemd wordt gezet.
Monday, May 26, 2008 10:11:47 AM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Tuesday, April 15, 2008
Leuk monstrumBertus Zuijdgeest
Teletekst vierde een tijdje terug een feestje. Het was jarig. Het ging om veel jaren. Zeker gezien de toch enigszins archaïsche verschijningsvorm houdt het medium het verdraaid lang vol, tegenover alle flashy internetoptredens met live streams en ik-weet-niet-wat. Toch geef ik ’s morgens naast de krant de voorkeur aan teletekst boven internet nieuwssites. Waarom? Omdat het gewoon leuk is. Het is direct nieuws. Geen analyses of achtergronden. Je mag zelf denken wat je er van vindt. Eigenlijk een bijdetijds monstrum. Want het ziet er toch echt niet uit. Maar leuk is het wel. Zo staat er vandaag (medio maart) in Kladblok een bijdrage over ‘walking and texting’ in Londen. Erg gevaarlijk naar het schijnt, want een op de tien lopende sms’ers botst wel eens ergens tegenaan. Een hot item natuurlijk want wie zijn neus schendt, ... Een telefoonmaatschappij gaat samen met een liefdadigheidsinstelling bescherming op lantarenpalen zetten. Om je dood te lachen als het niet zo treurig was. Normale mensen lopen wel eens tegen een lantarenpaal aan. Maar alleen dan wanneer ze een omkijken om de keerzijde van een aantrekkelijke man of vrouw te bewonderen. Dat is nu eens echt normaal menselijk gedrag. Met mazzel merkt de bewonderde medemens de niet meer zo heel erg verborgen adoratie op, en snelt troostend te hulp. Ik geef toe dat de kans op een gegrinnik vol leedvermaak groter is, maar hoop sterft het laatst. Als we nu allemaal gaan teksten en onze neuzen schenden, worden we er niet attractiever op. En van intermenselijke communicatie of adoratie is ook al geen sprake meer. Ook geen wonder dat er zo weinig kinderen worden geboren! Mobiele telefoons moeten maar worden afgeschaft. Een pda’tje met mobiel internet om (stilstaand of -zittend) teletekst te lezen, volstaat volledig. Of er moet iemand opstaan en met een heads-up display komen. Een soort in de lucht geprojecteerd, holografisch beeldscherm met virtueel toetsenbordje. Dan hebben ook mensen met worstenvingers een kans. Citrofiele automobilisten hebben dat idee allang in een concrete droom omgezet die (helaas) de weinig romantische naam C6 draagt. Zo hoort het. En waarmee is de C6 ontwikkeld? Met Catia. En wat komt er in de volgende grote Catia-release: een heads-up display! Nu gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat we hier wel over twee verschillende dingen spreken. In de C6 is het een display op de voorruit, in Catia is het de nog nergens vertoonde nieuwe user interface die op 3D Live is gebaseerd. In het januarinummer van Machinebouw werd er al aandacht aan besteed. Het maakt het vinden (niet alleen zoeken, want daarvan word je op zich natuurlijk niet wijzer) van gegevens en het online communiceren erover veel intuïtiever. Deze user-interface wordt ook in alle applicaties voor het gegevensbeheer gebouwd. Met die veel eenvoudiger toegangswijze tot de bedrijfsinformatie, kan een enorme democratisering van engineering plaatsvinden. Zelfs bazen die zich om min of meer begrijpelijke redenen tot nu verre houden van het graven in systemen naar gegevens, krijgen tenminste de kans zichzelf te informeren. Het spaart de engineers niet alleen tijd, om alles bij elkaar te moeten zoeken voor besprekingen, maar het geeft de baas ook nog eens gelegenheid om tussendoor de ontwikkeling op eigen initiatief te bekijken. Voorwaar progressie. Een grote kans voor engineers om zichzelf beter op de kaart te zetten. Engineers op de barricaden. Weg met de boekhouders. Niet alles is verloren. Er is hoop! Dat is natuurlijk allemaal wel leuk, maar wanneer komt zoiets voor de grote gemeenschap beschikbaar? Catia V6 komt ergens na de zomer. Helaas voor Dassault bereikt het met Catia in Nederland niet een echt grote gemeenschap. Maar er is hoop (alweer). Er is in de Dassault-stal ook nog zoiets als SolidWorks. Dat weten de dames en heren in Parijs meestal goed te verbergen, maar het is wel zo. Dus kunnen we iets dergelijks in SolidWorks verwachten? Laten we het hopen. Het maakt de wereld wel veel leuker. En misschien kunnen de stootkussens worden geïntegreerd bij het ontwerp van nieuwe, op actuele gevaren ingerichte lantarenpalen en verkeersborden.
Tuesday, April 15, 2008 9:11:25 AM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Monday, March 31, 2008
Individualisering en het nut van community’sRein van der Mast
Zijn ‘rapid manufacturing’ (RM) en andere ‘rapid technologies’ (RT) werkelijk snel? Bij RM heeft ‘rapid’ betrekking op de tijd tussen het ontwerp in de computer en het daaraan gerelateerde tastbare voorwerp. We noemen deze transitie ‘materialisatie’. Omdat RM zonder gereedschappen werkt, gaat er geen tijd verloren aan het maken van bijvoorbeeld spuitgietmatrijzen. Daar staat tegenover dat als er veel identieke voorwerpen nodig zijn, RM veel trager is dan spuitgieten, vooral als het om grote voorwerpen gaat. Welke manier van vervaardigen het meest effieciënt is, hangt dus sterk af van de omstandigheden. RM-machines worden echter steeds sneller en materialen worden beter. Hierdoor wordt RM voor steeds meer toepassingen interessant, wat naadloos aansluit op de toenemende individualisering. De consument wil maatwerk en krijgt het uiteindelijk ook. De tijd dat iedere auto zwart was, ligt ver achter ons. Tegenwoordig bestellen consumenten sportschoenen met kleuren en vormen die exact overeenstemmen met hun voorkeuren en voeten. RM is dus interessant om ‘custom fit’ producten voort te brengen. Ik ben ervan overtuigd dat hier een enorme markt ligt te wachten.
Maar de producent van consumentenproducten voor wie ‘rapid’ nog te ver weg ligt, kan ook op een andere manier meedoen aan de individualisering. Individuen zijn namelijk niet graag alleen. Ze maken daarom vaak deel uit van een groep, een ‘community’. Community’s bieden interessante mogelijkheden, zoals bij kleding. Leden van een community brengen daarbij hun ideeën in. Daarover stemt de community op een gemeenschappelijke website. Als de belangstelling groot genoeg is, neemt de producent het idee in productie. De voordelen zijn groot: de producent hoeft zelf minder te doen en is verzekerd van een bepaalde afname. De consument krijgt het resultaat van een proces waaraan hij zelf heeft bijgedragen. Ik wil maar zeggen: sta eens stil bij technologie en de businessmodellen die daarbij denkbaar zijn.
Monday, March 31, 2008 8:59:34 AM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Wednesday, March 26, 2008
BeterLiam van Koert
Natuurlijk was vroeger alles beter. Toen werd er nog wat geleerd op school. Naast gewaardeerde eigenschappen als discipline, werd de jeugd gedegen vakkennis bijgebracht. Dit in tegenstelling tot de huidige generatie, die een beetje ongeïnteresseerd uit zijn neus etend de kantjes er vanaf slentert. Niet loopt, want sporten doen ze ook niet meer.
Al enkele jaren worden we overspoeld met zwarte berichtgeving omtrent het onderwijs. Het onderwijshuis heeft heimelijk gefaald en het protest dat de jonge studenten onlangs lieten horen tegen de nieuwe urennorm, maakte het beeld niet positiever. Toch kan ik u verzekeren dat er licht gloort aan de horizon van de Nederlandse machinebouw. Ik heb het met eigen ogen mogen aanschouwen. Licht dat brandend gehouden wordt door laaiend enthousiasme en gedrevenheid. Docenten, vrijwilligers, bedrijven en, jawel, studenten.
De eerste docent ‘nieuwe stijl’ die ik tegenkwam, was Jack. Ik liep hem toevallig tegen het lijf tijdens een persreis. Hij bleek een gedreven man met een grote mond en een klein hartje. Hij kwam uit Helmond en sloopte daar heilige huisjes. Met de overgebleven stenen bouwde hij een plek waar kinderen graag naar toe gaan om aan hun projecten te werken. Via Jack kwam ik in aanraking met het Platform Metaal & Metalektro, dat mij vroeg in een jury zitting te nemen. De hamvraag voor de Style Awards: welke school heeft de beste structurele samenwerking met het bedrijfsleven? Het bleek soms appels met peren vergelijken. In het ene project krijgen scholieren les in reparatiewerkzaamheden aan rollators en gaan zij vervolgens de bejaardentehuizen af om daar de rollende loophekken APK te keuren. In een ander project neemt een school al meer dan 15 jaar het voortouw in vergaande samenwerkingsverbanden tussen diverse scholen – van basis tot ROC – en meer dan 100 bedrijven. Mijn mond moet soms open hebben gestaan van verbazing. En niet alleen om de goede initiatieven die er over de tafel rolde en het enthousiasme waarmee deze werden gebracht. Ook omdat ik mij menigmaal heb afgevraagd: waarom weet ik hier niks van? Waarom hebben deze verhalen niet in de kranten gestaan en zijn ze niet op tv geweest? Natuurlijk is er best het een en ander scheef gelopen in het onderwijs, maar enige nuancering met één van deze succesverhalen was zeker op zijn plaats geweest.
En wie heeft er uiteindelijk een Style Award gewonnen? U. Want door deze docenten kunt u ook morgen weer rekenen op gedegen vakmensen. En de jeugd. Want die mag later zeggen: ‘Vroeger was alles beter’.
Wednesday, March 26, 2008 9:39:25 AM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Monday, March 10, 2008
InnovatieBertus Zuijdgeest
Soms zijn NOS Journaals bijzonder grappig. Het was natuurlijk een leuke woordspeling, over de droom van Martin Luther King met een duttende Clinton (de mannelijke variant) op de achtergrond. Maar nog veel leuker, want dichter bij huis was het toch serieus bedoelde item over innovatie begin februari. Harry (alias JP) was erbij, want het ging over innovatie, namelijk landwinning. Ik ben pardoes van de bank gerold. Ik weet het niet, maar Plasterk probeert het toch serieus, met zijn historische canon en het nieuwe museum in Arnhem. Maar een aantal mensen is even vergeten dat het wellicht helemaal niet zo innovatief is om land uit zee te winnen. Dat gebeurt tenslotte al een paar honderd jaar. Letterlijk voor de eigen huisdeur. Een prima exportproduct. Van Bangladesh en China tot New Orleans. Je vraagt je toch echt af wat sommige mensen in dit land bezielt. De professorale mevrouw die het met strak smoelwerk uitlegde, had het over energiewinning, ecologie en andere belangrijke dingen. Doe me een lol, de ideeën om met golfgeneratoren energie op te wekken zijn ouder dan dit blad. Of zou het een grap zijn? Het was tenslotte de maandag van carnaval? Maar toch nog lang geen 1 april.
We weten van gekkigheid niet meer wat we moeten doen. Maar het zou tenminste geen tulp worden, die voor de kust opgespoten wordt. Volgens voornoemde mevrouw zou de industrie het nu moeten oppakken en zij zou erbij staan kijken. Zou ‘de industrie’ dat nou echt gaan doen? ‘De industrie’ is gewoon volgens goed Hollandsch gebruik bezig met geld verdienen. Bijvoorbeeld in de Perzische golf voor de kust van Dubai. Waar ze wereldbollen en palmen opspuiten voor de rijken der aarde. Heb je het over innovatief, dan moet je die landen eens nader beschouwen. Zij zouden op hun olielauweren kunnen rusten. Maar toch zijn de meeste Arabische landen allang bezig met de post-olietijd. Terwijl onze grote roergangers net tot aan de volgende tankbeurt kunnen denken. En wat ze denken is niet innovatief. Wij doen liefst meer van hetzelfde. Nog meer haven, nog meer transport zonder meerwaarde door Nederland. Misschien rendeert de Betuwelijn dan eindelijk. Maar nee, die rijdt dan niet meer, omdat het koper is gejat.
De softwarewereld is een stukje creatiever. De gamingwereld is al druk bezig prijsmodellen in praktijk te brengen waar we allemaal aan moeten gaan wennen. Ook al zal dat zeer doen. De zogenaamde micro-buy. Software wordt niet meer aangeschaft, maar gratis ter beschikking gesteld, en extraatjes moet je dan betalen. Bijvoorbeeld een extra lang leven, nog meer spier- of sprongkracht. Of gewoon geblondeerde manen. Hiermee getooid gaat de held de terroristen bevechten. Uit koopgedrag blijkt dat de gratis software goed wordt afgenomen en dat de klanten daadwerkelijk geld uitgeven voor extra’s in het spel. Het onderzoek zal niet in Nederland zijn gedaan. Het leuke is, dat het geld niet aan functionele zaken wordt uitgegeven zoals extra wapens, vrachtwagens en andere zinvolle zaken voor de strijd. Nee, men is ijdel. Een nieuw kapsel, een fraaie broek, dat is waaraan de fervente speler zijn geld uitgeeft. En dat is allemaal niet weinig. Het gaat per transactie om kleine bedragen, maar het zijn veel transacties. In Duitsland zeggen ze dan: ‘Kleinvieh macht auch Mist.’ (Netjes uitgedrukt: kleinvee heeft ook ontlasting, en er is veel kleinvee.)
Gaan wij er wat van merken? Ik denk het wel. Een pay per use komt er echt wel aan. Softwaremakers zullen toenemend onderhoud verplicht gaan stellen. Ze zullen dat wat subtieler doen dan Microsoft een paar jaar terug probeerde. De percentages zullen steeds verder stijgen. Bij financiële software is dat al het geval. Daar betaalt de gebruiker elke drie tot vier jaar een compleet nieuwe licentie. Is dat erg? Nee, het zijn normale bedrijfskosten. Wat nu een aanschaf is die over drie tot vijf jaar wordt afgeschreven, wordt dan een jaarlijkse factuur. Het mogelijke en hopelijke voordeel is, dat bedrijven dan bijblijven met de software en niet stil blijven staan. Loont dat? Zit er nog ontwikkeling in CAD? Jazeker, onder meer uit diezelfde gamingindustrie. Terwijl iedereen in CAD-land nu enorm moeilijk zit te doen om z’n grote samenstellingen hanteerbaar te houden, zal gamingtechnologie het leven veel aangenamer maken en digitale prototypes werkelijkheid laten worden. Dan is het wel nodig dat het personeel ook innoveert. Dat betekent opleidingen. En dat stuit wel eens op bezwaren. Dan leef je wel in 2008 maar ben je niet meer bij de tijd. Net als onze richtinggevende polderaars.
Monday, March 10, 2008 11:33:24 AM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Wednesday, February 27, 2008
Thuis bouwenLiam van Koert
Onlangs was het thuiswerken weer in het nieuws. Ditmaal was het de FNV die een pleidooi hield om thuiswerken gemakkelijker te maken. Het zou het aantal files met 10 procent terugdringen. In totaal zou het hierbij gaan om 80 miljoen kilometer minder file per week, wat zo’n 200 miljoen euro per jaar in het laatje zou moeten brengen. Ik heb het even nagerekend. 200 miljoen is aan de zeer voorzichtige kant. De veronderstelling is dan dat al onze auto’s zuinig zijn en dat de brandstofprijzen hun grootste stijging wel gehad hebben. Daar komt nog bij dat een drukke week op het asfalt de Nederlandse economie nog eens zo’n 100 miljoen euro kost. In totaal gaat het om zo’n 2,2 miljard Euro per jaar. Want terwijl de forens lekker in zijn eigen tijd in de file mag staan, worden de uren van de vrachtwagenchauffeur ook nog eens in de consumentenprijzen doorberekend.
De motivatie schijnt er wel te zijn. Vakbonden en overheid vinden dat het gemakkelijker moet worden. Ook de meeste werknemers zouden volgens mij wel willen. En de meeste werkgevers zeggen er niet perse negatief tegenover te staan als het niet ten koste gaat van de kwaliteit van het geleverde werk.
Waarom gebeurt er dan niets? Is de techniek nog niet zover dat de vereiste communicatie vanaf de thuiswerkplek goed verloopt? Volgens mij wel. Ik heb videoconferenties gezien van een kwaliteit die ik niet voor mogelijk achtte. Een beetje duur, maar het is er wel. Geofysicus en vinder van de Titanic Bob Ballard verklaarde onlangs dat hij alleen nog maar thuis werkt. Met zijn supersnelle Internet2-aansluiting kan hij zijn remotely operated vehicles realtime de zeebodem zien afgrazen en ze besturen. Internet2 is een project van de University Corporation for Advanced Internet Development, een consortium van circa honderd Amerikaanse universiteiten, non-profitorganisaties en overheidsinstellingen. De capaciteit van Internet2 is 100Gbps. Ook de PDM/PLM-gids in deze Machinebouw bewijst dat er heel wat software te krijgen is die samenwerking op afstand eenvoudiger maakt, tijdverschil of niet.
Natuurlijk is het wel wat lastig om op afstand een machine fysiek in elkaar te zetten en in te regelen. En ook is het belangrijk om wekelijks de mensen uit de fabriek de hand te schudden, de ijzerdampen op te snuiven en een smeervlek in je broek te krijgen. Maar er kan veel meer dan er nu gebeurt. Trends als internet2 en webgebaseerde applicaties zullen de kansen alleen nog maar vergroten. Thuiswerken. Is het ook voor de machinebouw weggelegd?
Wednesday, February 27, 2008 5:05:24 PM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Monday, February 11, 2008
PLMBertus Zuijdgeest
In deze uitgave is het overzicht van PDM/PLM-applicaties en -leveranciers weer opgenomen. Daarin valt mij op dat er in Nederland (en België) applicaties te koop zijn waarvan ik nog nooit had gehoord. Ik ben geen referentie, maar toch vast niet de enige die verrast is. Interessant dat zij in alle onbekendheid de weg naar het overzicht vinden. Waarmee ze dat doen is soms een verhaal, maar daarover later meer. In elk geval zijn deze bedrijven in staat de kans te grijpen om gratis publiciteit te krijgen. In de wetenschap dat de redactie zich het vuur uit de sloffen heeft gelopen dit overzicht op te stellen, kan het mij mateloos verbazen dat er bedrijven zijn die niet alert reageren en deze reclame voorbij laten gaan. Alleen hun concurrenten staan vermeld. Scheelt het klandizie? Je zult het nooit exact weten, maar waarom het risico lopen? Het is een optie die niets kost, alleen een beetje alertheid. Je mag toch hopen dat die tot de standaardbedrijfsuitrusting hoort, net als een EHBO-kist.
Iedere lijst, elk jaarboek wordt door een lezer meteen doorgebladerd op zijn eigen vermelding. Kom ik wel voor? Is mijn naam wel goed gespeld? Wat zeggen ze over mij? Wat nu als zo’n slaapmuts vaststelt niet in de lijst voor te komen? Boos bellen naar de redactie? Een verhaal ophangen in de trant van ‘hoe kun je ons vergeten, wij moeten toch op die lijst als marktleider’? Dat lijkt me echt overbodig. Een dergelijk verhaal zou op mij geen enkele indruk maken, of het nu een zelfverklaard marktleider betreft of niet. Vermeld zijn of niet, de wereld draait rustig door, de maan en zon komen elke dag weer met eigen regelmaat op. Niemand zal er wakker van liggen. Hooguit zullen alerte klanten bellen of je nog bestaat.
Uiteindelijk is het brenggeld, geen haalgeld. Je moet zelf wat doen. Dat is toch niet zo vreemd? Of toch. De vraag komt onwillekeurig op hoe men zijn centen verdient. Wachten tot de telefoon gaat? De tijd van melk en honing is al een poosje voorbij. En er breken opnieuw dorre tijden aan. De recente donkergrijze maandag op de beurs was niet goed voor het vertrouwen.
Een andere groep van de bedrijven is juist weer overenthousiast en kent vrijwel geen grenzen. Niet de PLM-software zelf, maar allerlei zelfgebouwde applicaties op het PLM-systeem of sets met standaardinstellingen worden gepresenteerd als PLM/PDM-systeem. Waar houdt het op? Worden binnenkort complete lijsten met modules opgevoerd? Flauwekul. Zakelijke terughoudendheid en vasthouden aan feiten is een deugd, zeker voor Nederlanders. Er is voor een potentiële klant niets zo frustrerend als vast te moeten stellen dat van die mooie overzichten helemaal niets blijkt te kloppen. Net als van aantallen personeelsleden overigens. Daar kom je ook mooie voorbeelden tegen. Het aantal werknemers van de leverancier van het product die als werkmaatschappij onder een holding hangt, is dan het totaal aantal medewerkers van de holding met alle werkmaatschappijen. Denkt men nu werkelijk dat zoiets niet opvalt?
En dan is er nog de groep bedrijven die er gewoon niets van begrijpt of heel andere ideeën heeft van PLM dan gemeengoed is. Producten gaan soms over viewers, soms over software voor administraties en productiebesturing. En soms moet je helemaal raden wat er wordt aangeboden. In een van de versies die ik voorafgaand aan publicatie heb gezien stond een productomschrijving die neerkomt op: u vraagt, wij draaien. Misschien haalt dit pseudoproduct de uiteindelijk gepubliceerde versie van de lijst niet, maar dat heeft het bedrijf dan toch echt aan zichzelf te danken. Wat bezielt die bedrijven? Als je naam maar genoemd wordt? Ik weet het niet, maar vind het wel raar. Natuurlijk is het vandaag de dag moeilijk om op te vallen tussen alle marketinggeweld van die paar grote aanbieders. Ik zie dat alleen maar erger worden. Een excuus om onzin te verkondigen is het niet. Toch zullen bedrijven uiteindelijk geen nadelige effecten van zo’n onzinvermelding merken. Ik loop ondertussen te lang mee en heb te veel gezien om nog te geloven dat het ‘kwaad’ zichzelf straft.
Monday, February 11, 2008 11:31:14 AM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Monday, January 07, 2008
NieuwBertus Zuijdgeest
Voor het eerst in lange tijd wordt CAD-land weer eens opgeschrikt door een nieuwe speler. In deze uitgave van Machinebouw een introductie. Het bijzondere is dat het geen CAD-pakket mag heten, tenminste niet om ‘echte’ engineering mee te doen. Mogelijk dat de Klein Duimpje-houding opzettelijk is aangenomen om niet de furie van de concurrentie uit te lokken. De wegen van meneer Payne zijn met SpaceClaim even ondoorgrondelijk als onzeker wat het succes betreft. Nederlanders kunnen goed rekenen en zullen snel tot de conclusie komen dat enorme hoeveelheden pakketten verkocht moeten worden om iedereen uit de ruif te laten mee-eten. En dat zijn heel wat mensen. Niet alleen wil meneer Payne zijn (ongetwijfeld niet geringe) aandeel hebben, maar ook alle mensen die het echte werk doen. Daar zijn hele dure mensen bij die met Payne meelopen, en mensen die de software ontwikkelen, de verkoopkanalen ‘runnen’, de support leveren en de uiteindelijke verkoop moeten doen. Een flink aantal zal betrokken zijn voor eigen risico. Hopelijk kunnen die ook rekenen.
De verkoop is eigenlijk al niet mogelijk met een vertegenwoordiger. De marge zal nauwelijks de kosten dekken. Dus ‘remote’ verkoop? Ik weet niet of dat zo’n goed idee is. Zeker niet in Nederland. Internet heeft hier mogelijk voor privé-gebruikers een hoge status, maar bij de zakelijke status heb ik mijn bedenkingen. Met de recente cijfers over privégebruik in de baas z’n tijd zal deze zeker niet toeschietelijker zijn geworden. Is telefonische verkoop een optie? Het lijkt me onwaarschijnlijk, gezien het toch tamelijk complexe onderwerp en het niet gemakkelijke verhaal. Het zal dus geen sinecure zijn om een adequaat kanaal op te bouwen dat het nodige vertrouwen uitstraalt om bedrijven te overtuigen een dergelijke applicatie aan te schaffen. Andere, meer gevestigde partijen hebben afgelopen jaren geprobeerd zo’n kanaal op te zetten of uit te breiden, maar zijn daar nauwelijks in geslaagd. De markt zit gewoon vast en het marketinggeweld van de concurrentie zal lastig te overtreffen zijn.
Hopelijk denkt nu niet iedereen dat ik tegen SpaceClaim ben. Het is een leuke nieuwe applicatie in het historievrije segment. Een beetje meer leven in de brouwerij is nooit slecht, dus succes gewenst. Natuurlijk is er bij elke nieuwe applicatie een ontwikkelachterstand. Dat kan niet onvermeld blijven. Bij een applicatie in het mid-range segment die als één van de laatste werd geïntroduceerd, gold hetzelfde. Alleen schijnt men mij dat nog steeds na te dragen. Kennelijk zijn er mensen die mijn stukjes (te) serieus nemen. Maar misschien zit er wel iets waars in. Tjonge. Veel moeite om de mij toegedichte mening te veranderen wordt overigens niet ondernomen.
Even iets anders oprakelen: een tijdje terug deed ik een fijn zakelijk voorstel. Snel zijn. Inmiddels is de Volkskrant in de afgelopen Kerst-komkommertijd uitgebreid ingegaan op de vervuiling van houtkachels en open haarden. Voor de industrie bestaan wel normen, voor consumenten niet. Snel aan de slag om die te maken. Een beetje draagvlak creëren is niet moeilijk omdat meestal commercieel geïnteresseerden wel willen meewerken in normcommissies. Dus dat moet wel voor elkaar komen. Diesels gaan aan het filter en nu kunnen alle Vinex’ers volgen. Die hoeven overigens niet meer te worden ontwikkeld. Excuses aan iedereen die ik op ontwikkelkosten heb gejaagd. Had je maar wat marktonderzoek moeten doen. In Duitsland (waar anders?) schijnen die filters al te bestaan. Een echte markt die zwaar gereguleerd is ten gunste van de ondernemers. Als consument is het bloeden. Als de verwarmingsinstallatie bepaalde rendementen niet meer haalt, ben je gedwongen de handel te vervangen. Die gedwongen winkelnering die leidt tot prijzen waar je als Nederlander strak van achterover slaat. Misschien een ideetje voor eigen beurs. Nederlanders staan toch al bekend als goedkoop volk. Een reputatie bestaat al op het punt van de huizenbouw. De Nederlandse kippenhokken met postzegeltuin zijn weliswaar niet in overeenstemming met de droom van een Duits eigen huis, maar de hoofdzaak is dat het goedkoop is.
Monday, January 07, 2008 11:28:28 AM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Wednesday, December 19, 2007
Snelle oplossingRein van der Mast
Gisteren volgde ik een discussie op televisie over een achterstandswijk in Amsterdam. Het ging over Marokkanen en over… niets anders. Ik kijk telkens met enige verbazing naar dergelijke discussies, want zoals er over moslims wordt geoordeeld, is de nuancering bij discussies over Marokkanen veelal ver te zoeken. Mijn Marokkaanse vriendin Rajaa (Berber, nota bene) is sinds een jaar of zeven in Nederland, studeert rechten, spreekt bijna accentloos Nederlands en heeft naast haar studie een goede parttime kantoorbaan. En in alles is ze even succesvol. Kortom, de ene Marokkaan is de andere niet.
Wat mij aan het denken zette, waren opmerkingen over de omvang van de werkloosheid in de wijk. Sommige sprekers wezen de etnische achtergrond als oorzaak aan. Anderen wezen op het gebrek aan werk voor laaggeschoolden. Het laatste deed een van de oudere, autochtone spreker verzuchten, dat er vroeger ook veel laaggeschoolden in de wijk waren en dat er toen wel genoeg werk voor hen was. Dit lijkt me niet onmogelijk. Het punt is, dat veel laaggeschoold werk op dit moment in Oost-Europa, China en over een paar jaar misschien wel het noorden van Afrika wordt gedaan. Voor Nederlandse bedrijven en voor Nederlandse consumenten, wel te verstaan.
Misschien dat snelle productie ons kan helpen het tij te keren. Deze technologie is uitermate geschikt om voorwerpen die wat complexer zijn en onderling sterk verschillen, in de nabijheid van de (eind)gebruiker te vervaardigen. Bovendien scheelt dit transportkosten en -tijd en de bijbehorende vervuiling van ons o zo dierbare milieu.
Wat is de link naar laag geschoold werk, zult u zich afvragen. Welnu, wie denkt dat een met selectief laser-sinteren of stereolithografie verkregen model kant-en-klaar uit de machine rolt, heeft het mis. Vaak moeten steunen worden verwijderd, het oppervlak worden nabehandeld en andere werkzaamheden handmatig worden verricht. Handwerk dus, waarvoor niet veel scholing nodig is. Bovendien is het aantrekkelijker dan veel ander werk met een verglijkbaar niveau. Dus, welke politieke partij gaat de snelle technologieën steunen om problemen in achterstandswijken aan te pakken?
Wednesday, December 19, 2007 10:49:15 AM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Thursday, December 13, 2007
Open sourceRein van der Mast
Onlangs opende een Haagse wethouder een vestiging van FabLab. RTL Z deed verslag en bracht een eenvoudige lasersnijmachine in beeld en een gebruiker die enthousiast vertelde dat hij de ruimte met deze machine voor een bepaalde tijd had gehuurd en dat anderen dit ook konden doen. Wat mij verbaast, is de gretigheid waarmee ambtenaren dit soort initiatieven naar zich toe trekken om hun gemeente als innovatief op de kaart te zetten. Met apparaten zoals een kleine lasersnijmachine, een kleine drie-assige freesmachine en een even zo kleine stickersnijmachine? De betrokken ambtenaren zien de binnenkant van de bedrijven in hun gemeente blijkbaar nooit. Of ambtenaren hebben twee linkerhanden. Toch heb ik respect voor het FabLab-concept en niet alleen omdat het ambtenaren ertoe aanzet productiemiddelen te subsidiëren die al sinds jaar en dag bestaan. De geïnterviewde gebruiker en de vriendelijke wethouder vertelden over het concept: een laagdrempelige productieomgeving waar prototypes en kleine series producten kunnen worden gemaakt. Niet alleen door ontwerpers, maar door allerlei mensen met ver uiteen liggende achtergronden. FabLab is Amerikaans en open-source is een van de pijlers: samen ontwikkelen en iedereen mag de resultaten gebruiken, bijvoorbeeld door het als een bestand te downloaden in Nieuw-Zeeland en het daar driedimensionaal af te drukken. FabLab heeft daarvoor een eenvoudige 3D-printer, die voor zover ik weet, nog niet in Nederland staat. Toevallig dat Terry Wohlers, de 'rapid technologies'-goeroe, mij er onlangs op wees. Kortom, ik ondersteun FabLab van harte en spreek op deze plaats de hoop uit dat FabLab huidige mkb-aanbieders bij zijn activiteiten betrekt. En dat het mkb het FabLab-concept serieus neemt. Zo kunnen we met elkaar fijn innovatief bezig zijn.
Thursday, December 13, 2007 8:43:12 AM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Tuesday, December 11, 2007
JugendstilRein van der Mast
Afgelopen vrijdag bezocht ik de Euromold in het Duitse Frankfurt am Main. Dit evenement richt zich op de kunststofverwerkende industrie, vooral de matrijsbouw. Het vindt plaats naast de Turntec, een beurs voor de verspanende industrie. Verder vormt de Euromold een steeds belangrijker platform voor de 'rapid technologies' (RT). RT - ook aangeduid met 'rapid X' - namen een groot deel van de beursvloer in beslag. Vooral 'rapid manufacturing' (RM) is sterk in opkomst, terwijl 'rapid prototyping' al lang niet meer 'hot' is. Met RM is wereldwijd inmiddels vele tientallen miljoenen dollars omzet gemoeid.
Het viel mij op, dat er verschillende voorbeelden van toepassingen van RM in de machinebouw te zien waren, zoals onderdelen van assemblagelijnen en montagesystemen. De getoonde ontwikkelingen op het vlak van voor RM en 3D scanning vond ik echter minder sterk. Hoe het ook zij, de machines voor RM worden steeds groter en dit wijst erop dat het rechtsreeks vervaardigen van onderdelen op basis van een virtueel model snel aan populariteit wint.
Tijdens mijn rondgang realiseerde ik me plotseling dat RM eraan kan bijdragen dat bepaalde, eens kostbare designstijlen terugkeren. Zoals jugendstil, met zijn vele, organische krommingen. Deze beweging lijkt in gang gezet, gelet op de Bone Chair van Joris Laarman, en veel eerder de Snotty Vase van Marcel Wanders. Steeds meer vormgevers maken dankbaar gebruik van de mogelijkheden die RT bieden. Op de Euromold werden voorbeelden getoond van vormen die een post-jugenstil-trend kunnen inluiden. Waarom niet? Jugendstil refereert aan vormen uit de natuur en het is deze natuur waaraan we steeds meer waarde hechten. Sintering in plaats van spuitgieten? Jazeker, geleidelijk meer en meer en niet te stoppen!
Tuesday, December 11, 2007 12:44:04 PM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Monday, December 03, 2007
Opposites attractBertus Zuijdgeest
Het leven is zwaar nietwaar? Heb je net iedereen in een moeizame strijd ervan overtuigd dat je niet met de massa meeloopt in de keuze van een 3D Cad-systeem, en meteen volgt verraad van het hoogste niveau. Nota bene door de uitverkoren partij! Hoe zit dat?
Dank zij de ‘minimal effort, maximal result’-marketingwerkwijze van het bedrijf weet iedereen dat CoCreate één van de grote voorvechters is van historievrij modelleren. Voor de goede orde: er is een tweede voorvechter: ISD Software met hun pakket HiCAD. ‘Grote voorvechter’ is overigens een relatief begrip. Beide ondernemingen zijn in vergelijking met de concurrenten bescheiden van omvang. Small is beautiful.
Maar niet beautiful genoeg, vond de eigenaar van CoCreate. De investeringsmaatschappij HBK gaf vorig jaar opdracht tot groei. CoCreate alleen was te klein om de gewenste groei te bereiken. De pot met geld was er. Alleen de overnamekandidaten niet. De ene na de andere deal mislukte. Er is maar weinig van bekend, maar er waren kennelijk andere partijen met diepere zakken. De baas van CoCreate, Bill Gascoigne, is een oude rot in het vak. Hij loopt al jaren mee. Voor CoCreate was hij hoge pief bij SDRC, de maker van Metaphase en I-deas, die in 2000 of daaromtrent door EDS/UGS, nu Siemens, werd opgekocht.
Gascoigne is Engelsman. Daar kan hij weinig aan doen, maar het is voor de buitenwereld, die lang niet altijd perfect Engels spreekt, wel lastig. Met HBK’s opdracht in gedachten en een interview met Gascoigne eerder dit jaar waarin overnames voor CoCreate werden aangekondigd, denk je als normaal mens alleen hier aan, als het gaat over het doen van ‘offers’ (de Engelse term, niet de Nederlandse; hoewel?). Op de Europese conferentie op 9 oktober formuleerde hij nog dat CoCreate de afgelopen maanden vier partijen had benaderd met ‘offers’. Alle vier de acties liepen op niets uit. Eén kwam terug. Op z’n Engels klonk dat (tamelijk ad verbatim): “We made offers to four parties. None of the deals materialized. Recently one of them came back. We expect to make announcements in the near future.” Naïef als ik ben, dacht ik dat vier biedingen waren mislukt, maar dat er toch kansen waren een eerder afgeschreven kandidaat alsnog over te nemen. We weten nu hoe mooi en tegelijk verwarrend taal kan zijn. Het maken van het ‘offer’ moet geklonken hebben als: ik wil graag met pensioen, koop ons alsjeblieft!
Als klant sta je raar te kijken. In 1988 (20 jaar terug inmiddels) schudde Parametric Technology Corporation de markt op, met het compleet nieuwe parametrische pakket Pro/Engineer. PTC is dus eigenlijk de nestor van historiegebaseerde pakketten. Een ware revolutie, waar we knap van onder de indruk waren. We leefden toen nog met Booleaanse operaties, het optellen en aftrekken van blokjes, kegeltjes en torussen. Het was de tijd dat je een leverancier nog zenuwachtig kon maken met de doorsnijding van een primitieve vorm met een vrije vorm, die door b-splines werd opgespannen. Gebruikers wisten toen nog wat controlpunten en knopen waren.
Hoe indrukwekkend Pro/Engineer ook was, lang duurde de euforie niet. Begin jaren negentig kwam de reactie. SDRC creëerde met een nieuwe I-deas-release de nieuwe revolutie in historiegebaseerd ontwerpen, door niet meer alles parametrisch vast te leggen maar met ‘constraints’ te werken. CoCreate (toen nog HP) werd de nestor van het historievrije modelleren door in 1993 met SolidDesigner uit te komen. Het pakket dat nu bekendstaat als OneSpace Designer, is met de dynamic modeling-techniek (‘change anytime, anywhere’) de volledige tegenhanger van historiegebaseerd ontwerpen. En nu, anno 2007, aan de vooravond van 20 jaar PTC in Nederland en 15 jaar dynamic modeling, is het allemaal over. Treurig is het, dat de exponenten van de twee modelleerfilosofieën samengaan. Waar het heengaat? Wie zal het zeggen. Voorlopig wil PTC de CoCreate-portfolio voortzetten en in hun eigen product development-concept integreren. Hoe lang dat duurt? Geen idee. Iedereen moet het zijne maar denken van overnames die PTC in het verleden deed (bijvoorbeeld Computervision). Maar, zoals altijd, hep elk nadeel z’n foordeel: ook nu heb ik weer gelijk. Eerder schreef ik al eens dat iedereen dynamisch gaat modelleren, gezien de ontwikkelingen bij NX en SolidWorks. PTC bewijst mijn gelijk. Kijk, daar houd ik van.
Monday, December 03, 2007 11:27:06 AM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Tuesday, November 27, 2007
(A)I doLiam van Koert
Onlangs verscheen het spraakmakende bericht op de website van de Universiteit van Maastricht dat internationaal schaakmeester David Levy een proefschrift zou verdedigen over intieme relaties met kunstmatige partners. Levy combineert zijn kennis van kunstmatige intelligentie met de gedragswetenschappen psychologie, sociologie en seksuologie. En met uitspaken als ‘Rond 2050 zal de staat Massachusetts als eerste het trouwen met robots legaliseren’ is hij verzekerd van aandacht. Niet alleen de Nederlandse kranten als NRC Handelsblad en Trouw berichtten over dit controversiële onderzoek, ook in het buitenland werd Maastricht even op de kaart gezet. Hoewel het idee verre van nieuw is en er vele films gemaakt zijn die het leven van androïden en gynoïden (de vrouwelijke variant) mooi in beeld brengen, is niet iedereen ervan overtuigd dat het zo’n vaart zal lopen. Zo merkt Herbert Blankesteijn in NRC Handelsblad op, dat de Tamagotchi ook niet zo’n lang leven beschoren was. En hoewel hij het ‘zeg nooit nooit’-principe aanhangt, lijkt het verliefd worden op een robot hem niet erg waarschijnlijk. Toch is het aardig om even stil te staan bij de dag dat de niet van de mens te onderscheiden robot zich onder ons bevindt. Want hoewel we er misschien niet op verliefd zullen worden, lijkt het mij onvermijdelijk dat er bepaalde ethische vraagstukken aan de robothorizon verschijnen. Zo mag volgens de eerste wet van de robotica die science-fictionschrijver Asimov ooit opstelde, een robot de mens nooit iets aandoen. De tweede wet stelt dat een robot bevelen moet uitvoeren die door een mens gegeven worden, mits deze niet in strijd zijn met de eerste wet. En de derde wet stelt dat een robot zichzelf moet beschermen, mits dit niet in strijd is met de eerste en de tweede wet. Hoe werkt zoiets wanneer het leger nu al robots in zet in zogenaamde ‘urban warfare’? Nog ingewikkelder wordt het wanneer we de robot met kunstmatige intelligentie ‘bewust’ kunnen maken. Hebben we dan een nieuwe vorm van slavernij te pakken? Of organiseren onze machines zich en gaan ze in staking? Zuid-Korea is alvast begonnen met het opstellen van een handvest voor robotrechten. Vergezocht? Nog 400 edities van machinebouw en ik kan u vertellen of Levy gelijk had.
Tuesday, November 27, 2007 12:07:39 PM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Monday, November 12, 2007
Interactie = reactieLiam van Koert
Daar is ie dan. De eerste echte weblog van Machinebouw. Enerzijds een mooie uitlaatklep voor de schrijvers en anderzijds een mooie manier om de droge techniek een wat menselijker gezicht te geven. Een plek waar nieuwe ideeën, ongezouten meningen en andere hersenspinsels een podium krijgen. Voor de lezer is er de kans om zijn ei kwijt te kunnen door het geven van commentaar. Ook de oude vertrouwde poll is weer aangezet. Ik was eerlijk gezegd een beetje bang dat dit onderdeel van de website wat verwaterd en vergeten zou zijn. Hoewel het natuurlijk niet meteen stormloopt wanneer je probeert iets dergelijks rond etenstijd aan te slingeren, deed het me deugd te zien dat drie machinebouwers direct hun kans grepen om hun mening te delen. Meer interactie. Dat is waarom de poll en het blog in het leven zijn geroepen. Men heeft mij hiervoor meer dan eens succes gewenst. De machinebouwer zou immers niet snel en hip genoeg zijn. In de telecom- en IT-wereld? Tuurlijk. Daar blogt en forumt iedereen er vrolijk op los. Maar de machinebouwer? Nee. Die is te pragmatisch. Een beetje mailen en een beetje googelen. Dan houdt het echt op. Uiteraard ben ik het hier als voormalig machinebouwer totaal niet mee eens. Ik heb indertijd veel kostbare informatie van forums en gebruikersgroepen weten te verzamelen en ik ben ervan overtuigd dat ik niet de enige ben. Van algemene tot provocerende meningen, van het vergelijken van producten tot het oplossen van hele specifieke engineeringsproblemen. Van alles kwam ik tegen. Maar het was wel schrapen en altijd in het Engels. Met een beetje goeie wil gaat daar nu verandering in komen. Of het lukt, om de Machinebouw-website tot een bruisende gemeenschap te maken is natuurlijk in eerste instantie mijn pakkie an. Maar hoewel ik en de gevraagde bloggers tot redelijk wat bruisen in staat zijn, kunnen we uw input heel goed gebruiken. En hoewel het een beetje flauw is Newton voor dit interactieve karretje te spannen, hoop ik toch van harte dat we een redelijke massa machinebouwers in beweging kunnen brengen. Beweegt u mee?
Monday, November 12, 2007 6:07:51 PM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Friday, November 09, 2007
Wat heeft Rapid mijn bedrijf te bieden?Rein van der Mast
Wat heeft Rapid mijn bedrijf te bieden, wordt mij wel eens gevraagd. Mijn antwoord verschilt per bedrijf. Rapid betreft sowieso veel meer meer dan het maken van prototypes. Laten we even stilstaan bij deze prototypes. Dankzij 3D Printing kunnen we aanvankelijk onze concepten en later onze ontwerpen eenvoudig en goedkoop in materie omzetten, 'materialiseren'. Dit heeft als belangrijkste voordeel, dat we de voorwerpen kunnen vasthouden, voelen, neer kunnen zetten en anderen kunnen tonen. Want als zij verbetermogelijkheden zien, kunnen wij direct veranderingen aanbrengen en hoeven we niet te wachten tot het eigenlijk al te laat is. Rapid Prototyping drukt dus de kosten van de productontwikkeling, beperkt de risico's en draagt er aan bij dat de ontwikkeling niet onverwacht veel tijd in beslag neemt.
En er is meer, want ook gereedschappen en zelfs eindproducten kunnen we Rapid verkrijgen. Met één druk op de knop hebben we ons gereedschap of eindproduct, respectievelijk: Rapid Tooling en Rapid Manufacturing (of Rapid Fabrication). Wat Rapid tooling betreft, kunnen we bijvoorbeeld snel complexe gietvormen maken. Met Rapid Manufacturing kunnen we, zonder bijvoorbeeld spuitgietmatrijzen, eindproducten voor consumenten realiseren. Omdat we bij Rapid Manufacturing niet aan dure gereedschappen vastzitten met één vorm, zijn we in staat ieder product een andere vorm te geven. Met Rapid manufacturing kunnen we niches bedienen en steeds meer ook grotere markten, zoals hoortoestellen en home&garden producten.
Ook de machinebouw kan van Rapid profiteren. Bijvoorbeeld om snel schaalmodellen van machines te maken, voor evaluatie of instructie. Maar we kunnen net zo makkelijk kunststog of stalen onderdelen van ons (eind)product Rapid verkrijgen. Ik zeg nadrukkelijk niet dat Rapid altijd de beste keuze is, want in veel gevallen is bijvoorbeeld spuitgieten superieur. Toch biedt Rapid steeds meer mogelijkheden, mede dankzij nieuwe hardware, software en materialen.
De machinebouw zou volgens mij veel vaker de Rapid Technologies moeten toepassen. Onderdelen laten zich Rapid zo makelijk maken, juist als ze bijzonder complex zijn. En bovendien laten verschillende onderdelen zich verenigen in één, want Rapid kent veel minder beperkingen met betrekking tot de complexiteit van de vorm.
Friday, November 09, 2007 3:50:16 PM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Friday, November 02, 2007
Fijn zakelijk voorstelBertus Zuijdgeest
Had ik in het verleden al niet eens geschreven over fijn stof? Dat het zo belastend was en zo? Heel naar allemaal en Nederland is massaal aan het roetfilter op autootjes. Niet verplicht, o nee, dat mag niet van Europa want stel je voor dat we echt iets aan de narigheid doen die we met z’n allen produceren. Germaanse lobby heet dat. Dat ging zelfs zo ver dat in Duitsland die mensen die al een roetfilter standaard hadden van voor 2006 (dus Franse auto’s) hemel en aarde moesten bewegen om onder de strafbelasting uit te komen. Ambtenarij zonder weerga. Om het verbruik aan fossiele brandstoffen te verminderen en CO2-neutraal te kunnen leven, worden hout en andere organische stoffen toenemend gebruikt voor verwarmingsdoeleinden. Vuurhaarden zijn populair en de Zweedse houtkachels met spekstenen vind je overal. Ook worden haarden voorzien van installaties om water te verwarmen en zo warmte op te slaan voor later gebruik. Allemaal erg belangrijk en zo. Jammer alleen dat het opgeslagen water alweer koud is als je het de volgende ochtend nodig hebt. Je moet dus al de hele dag hout stoken om er continu van te genieten, maar dan heb je het toch al warm van de haard zelf. En van het hout hakken. En van het slepen. En van de houtprijs. Nee, economisch is echt anders. Bovendien koelt de rook zo sterk af dat die halverwege de schoorsteen stilvalt en de trek weg is. Je krijgt accuut een longaandoening van de rook in de kamer. Het mag allemaal wel CO2-neutraal (met tijdvertraging) zijn, maar schoon is echt anders. En dat is nu officieel. Onderzoeken hebben nu zwart (geen grapje) op wit aangetoond dat houtverbranding ontstellend veel fijn stof veroorzaakt. Hoe CO2neutraal het ook is. En dan moet je nog hopen dat mensen alleen hout verbranden. De vette zwarte walm die soms uit schoorstenen komt, doet je soms vermoeden dat de bewijsstukken van een halsmisdrijf worden weggewerkt. Dus alle mensen die voor veel geld een mooie,met subsidies gestimuleerde houtpellet verwarming hadden gekocht, kunnen binnenkort bijzondere accijnzen op diezelfde pellets verwachten vanwege de fijn stofbelasting. Niets zo fijn als een betrouwbare overheid. Regeren was vroeger vooruit zien, maar wel graag met het boeren verstand ingeschakeld. Dat is allemaal voorbij. Maar nu over dat voorstel. Alles wordt kleiner en meer high-tech. Dus zijn er ook mogelijkheden om fijn stof uit de rook van een houthaard te halen. Tenslotte doen ze dat ook bij energiecentrales. Alleen op wat grotere schaal. Dus haal er zo’n miniatuurslag overheen en binnenlopen maar. Er wel even voor zorgen dat de trek niet verdwijnt. Een klein ventilatortje doet wonderen. Niet te sterk anders verdampt het hout voordat het op het rooster is gelegd. Dat wordt een beetje duur en zitten we (te) snel zonder bossen, en dat is niet zo fijn. Dan blijft nog de vraag wat te doen met het roet dat werd afgevangen. Een extra ton op het balkon! Natuurlijk. Die kan dan naast de ton voor het blik, de melkpakken, de plastic folies en wat er nog meer is. Allemaal CO2-opslag in vaste vorm die tot voor kort gewoon werd verbrand. En ik dacht dat Nederland zo innovatief was dat een scheidingsinstallatie bij de vuilverwerker het plastic er uitviste. Hup met die CO2, in de lucht ermee. Nog praktischer is het roet te gebruiken voor de aanleg van wegen. Daarvan zijn er in Nederland te weinig, dus er is meer roet nodig. Autobanden zijn waarschijnlijk ook een zinvolle toepassing. Nog meer vervuilingneutrale oplossingen. Het hout wordt met de auto gehaald die roet afvangt (kan ook worden hergebruikt) en rijdt op banden op de weg waar al het geproduceerde roet in is verwerkt. Een alternatieve en goedkope CO2-opslag. Allemaal argumenten voor een subsidieaanvraag bij SenterNovem. Want hiervoor is vast wel een fijn potje geld beschikbaar. Kortom, een fijn voorstel, veel succes en laat maar horen wanneer het klaar is. We komen graag kijken.
Friday, November 02, 2007 3:52:27 PM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Monday, October 22, 2007
OngeveerLiam van Koert
Wanneer we aan de slag gaan met een thema als precisietechnologie, word ik al gauw filosofisch. Deels door de verwondering over wat ik leer, en deels door de vraag of en waar het allemaal ooit ophoudt. De stap naar nanotechnologie is snel gemaakt en mijn gedachten dwalen af naar het Atlas-project bij Cern, een onderzoek in het picogebied en kleiner. Dan komt het woord ‘ongeveer’ in me op, en het komt me in deze context zo vreemd voor dat ik er bijna om moet lachen. Op het eerste gezicht is ‘ongeveer’ zo’n woord dat niet binnen de techniek past. Het geeft weinig vertrouwen bij mensen die zich met exacte wetenschappen bezighouden en kan in de context van de techniek beter niet gebezigd worden. Iets voldoet aan de specificaties of doet dat niet, punt. Als iemand de constructeur vraag of de brug sterk genoeg is, staat niemand op een antwoord als ‘ongeveer’ te wachten. Men wil dan een volmondig ‘ja’. Evenals in de medische sector zaken als ‘een beetje zwanger zijn’ met argusogen worden bekeken. Toch is ook de techniek niet altijd het zwart-wit van precies, maar vaak het grijs van ongeveer. Wanneer je maar genoeg inzoomt, komt er steeds weer een bandbreedte in beeld waar de grens vaag is, en grillig. De scheiding tussen strand en zee. En niet de strakke lijn tussen zee en lucht. Die is een (overigens erg mooi) optisch verzinsel van onze eigen beperkingen. Mensen die zich met logica bezighouden, zullen wellicht opwerpen dat het onderscheid tussen de één en de nul toch redelijk zwart-wit is. Dat klopt. Maar op het moment dat de elektronen gaan hollen volgens het door de logica gedicteerde patroon, hebben we toch weer te maken met de kwaliteit van het signaal en de schijnbare grillen van moeder natuur.
We weten veel en steeds meer. Maar gelukkig lang niet alles. We doorgronden nieuwe onderliggende verschijnselen steeds beter en kunnen hierdoor meer en meer. Maar wat ons kunnen betreft, staan we nog in de kinderschoenen. Het voortschrijden der techniek is een asymptoot, het eindpunt immer buiten bereik. Zo blijft er altijd wat uit te vinden en wat nieuws te maken. Een geruststellende gedachte.
Monday, October 22, 2007 4:14:02 PM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Sunday, October 21, 2007
Custom-Fit: Bio-printingRein van der Mast
Onlangs attendeerde een vriend me op een onderzoek waarmee hij als chemisch bioloog in aanraking was gekomen: bio-printing. Hij schreef: "Je kunt straks veel geld verdienen met een inkjet printer." Verbaasd vroeg ik hem: "Hoezo?" Op hetzelfde moment probeerde ik me een voorstelling te maken van een Z Corp printer in een slagerij. Ik zag Louis de Funès voor me die als Charles Duchemin de voedselfabriek van Tricatel bezoekt in de hilarische film L'aile ou la cuisse. Verder herinnerde ik me de 3D printer in Leiden, om moleculen sterk vergroot af te kunnen drukken. Deze printer was echter uitsluitend bedoeld om de onderzoekers iets tastbaars in handen te geven.
Met enkele links van mijn vriend draaide ik de digitale snelweg op. Eenmaal aangekomen bij bio-printing ontwaarde ik inderdaad enkele inktjet printers. Bio-printing is het driedimensionaal 'afdrukken' van levende organen, bijvoorbeeld met een eenvoudige inktjet printer. De inkt is hierbij vervangen door een oplossing van levende cellen. Ieder druppeltje dat de printkop verlaat, bevat één cel. Ondanks dat de printkop bij het verspuiten van de 'inkt' de cellen zwaar belast, blijken veel cellen hun reis door de print te overleven. Door gebruik te maken van verschillende printkoppen, zoals bij een kleurenprinter, kunnen verschillende cellen worden afgedrukt, zoals huidcellen en weefselcellen. Na het afdrukken is het orgaan nog niet gereed. De geleiachtige massa moet zich ontwikkelen, waarbij de cellen aan elkaar groeien en zich (verder) specialiseren.
Het resultaat is nog lang niet toepasbaar. Desalniettemin wordt de laatste tijd is in enkele laboratoria veel vooruitgang geboekt. Wat is het doel van deze ontwikkeling? Het gaat vanzelfsprekend niet om het maken van vlees voor vegetariërs. Het belang van het onderzoek houdt verband met het gebrek aan donoren. De vraag overstijgt nog altijd het aanbod in aanzienlijke mate. Uiteraard zijn er andere toepassingen denkbaar. Bijvoorbeeld in de plastische chirurgie. "Dokter, mag ik een andere neus van u?" "Ja, ik druk er een voor u af." Op dit moment loopt het project Custom-Fit. Bedrijven en instellingen doen onderzoek naar het op het individu afstemmen van voorwerpen, zoals hoorapparaten, steunzolen en implantaten. Bio-printing lijkt mij de ultieme vorm van 'custom-fit'. Wie meer over het onderwerp wil weten, bezoekt bijvoorbeeld www.musc.edu/bioprinting . Een andere term voor bio-printing is organ printing en tissue engineering. Mens en machine smelten steeds meer samen, zo blijkt.
Sunday, October 21, 2007 2:48:17 PM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
 Friday, October 05, 2007
Drie procentBertus Zuijdgeest
In de septemberuitgave van een computertijdschrift stond een grafiekje met de verdeling van pc-besturingssystemen in Nederland. Ons landje is gek op XP. Bijna 89 procent van de computers is ermee uitgerust. Een goede drie procent is Vista-gebruiker (waaronder schrijver dezes). Een fractie meer gebruikt nog Windows 2000. Minimale procenten vallen toe aan oudere Windows-versies, Mac en Linux (samen ruim 4 procent). De eerlijkheid gebiedt te vermelden dat schrijver dezes ook nog een XP- en Win2000-pc op min of meer zinvolle wijze inzet. Hedging. Is modern. Vista is nu ruim een halfjaar op de min of meer verzadigde pc-markt. De verkoop van pc’s heeft een normale vervangingscyclus bereikt en er zijn nauwelijks nog inhaalverschijnselen. Dat betekent dat het nog wel even zal duren voordat XP verdrongen is. Wellicht is dat de reden waarom zoveel softwareleveranciers zo traag zijn met Vista-versies. De grote hebben intussen allemaal wel een patch of een echte Vista-versie, maar veel kleinere leveranciers nog niet. Terwijl het allemaal zo sexy is. Die leuke in perspectief rollende vensters die Alt-Tab vervangen, de doorzichtige vensterranden, de previewtjes met de echte inhoud in plaats van een symbolische suggestie. Het is allemaal erg gezellig. Of je er wat mee opschiet? Tja, dan moet je toch wat meer doen. Feit is wel dat er best een stevige computer nodig is om alles flitsend te laten werken. Een computerkoper betaalt nu nominaal een stuk minder voor relatief dezelfde computer dan 15 jaar terug. Vooruitgang. Alleen wel met het pistool op de borst. Want omdat mijn computervervanging gedwongen was (in het harnas overlijden van mijn vorige computertje) zat ik ook meteen aan Vista vast. Op stel en sprong moest er iets anders komen, en dan hang je. Recente software werkt veelal niet onder Vista. Een heel ander veiligheidsmodel. Alleen heel erg oude software, uit de pre-XP-oertijd toen veiligheidsmodellen schijnbaar nog niet bestonden en internet nog onschuldig was, doet het vrij probleemloos. Alles wat door andere bedrijven dan Microsoft op XP was getuned, werkte niet meer. Installeren was zinloos. Dit werd meteen afgebroken. De vaststelling is tweeledig. Ten eerste heeft Microsoft een truc uitgehaald om meer mensen in het eigen kamp te krijgen die niet verder konden met de XP-versie van de aanwezige software. Wanneer daarvan nog geen Vista-versie bestaat, ben je min of meer gedwongen over te gaan op de vergelijkbare software van Microsoft, want die is er natuurlijk wel in Vista-vorm. Tenzij een vakantie van meerdere maanden hoe dan ook al gepland stond. En: ‘make no mistake’; Microsoft heeft tegenwoordig software voor bijna alles. Alleen is de CAD/CAM-wereld kennelijk nog te onbeduidend voor ze. De tweede vaststelling is dat veel andere softwaremakers hebben lopen of liggen slapen. Als excuus wordt aangevoerd dat specificaties laat bekend waren en ook nog wijzigden. Het zal allemaal wel, maar blij werd ik er niet van. Inmiddels is nog steeds niet alles op het oude niveau. Maar mooi is het wel. En snel. Dus eigenlijk ben ik bijzonder tevreden. Ik hoor ook nog wel eens andere geluiden. Mensen die helemaal niets van Vista willen weten. Moeilijk, installeert niet correct, geen drivers en zo voort. Lariekoek. Alle narigheid die ik hier gebruik, en daar zijn een paar oude schatjes bij, werkt zonder probleem. Netwerkprinter? Quaere et invenies. Zoekt en gij zult vinden. In no time rolden de eerste bomen eruit. Leuk is dat tijdens de demo’s van de nieuwe geïntroduceerde SolidWorks 2008 de user interface als nieuw werd gepresenteerd. Onzin. Ze hebben gewoon Vista gekopieerd. Inclusief menulint, transparant oplichtende contextmenu’s, isometrisch voorbij schuivende previews en weet ik wat meer. Prachtig. Getoond werd het op XP. Het is echter ook onder Vista beschikbaar. Levering wordt eind oktober verwacht. Dus iedereen die al Vista draait, kan nog even op vakantie. Opvallend verder nog: allerlei hulpmiddelen waarmee om de historie heen gewerkt kan worden. Het is een nieuwe trend. Anderen zullen volgen. Gaat iedereen toch dynamisch modelleren?
Friday, October 05, 2007 2:54:33 PM (GMT Standard Time, UTC+00:00)
|